"Je kunt niet de wereld verbeteren, maar wel iemands wereld." Een groeiend aantal reizigers gaat niet meer enkel op pad voor het avontuur, maar wil ook een steentje bijdragen aan het welzijn van de lokale bevolking. Tijdens mijn reis door Madagaskar verbleef ik, gewapend met twee tassen vol kleding en speelgoed, onder andere enkele dagen in een weeshuis.

Ambositra (spreek je uit als Ambousjt) betekent letterlijk vertaald de Stad der Rozen

Nieuwsgierig slaat de tweejarige Tsoa mij gade wanneer we bij het weeshuis arriveren. Op zijn blote voeten komt hij op ons aflopen. De paarse ribbroek is te groot voor zijn korte beentjes. “Vazaha” roept hij, wat zoveel betekent als buitenlander. Ik ben in Ambositra, een middelgrote stad in de hooglanden van Madagaskar. De stad is omgeven door bergen en heeft een afwisselend landschap. Van dichte bebossing tot immense rijstvelden waarop altijd mensen bezig lijken te zijn. Rondslingerende knuffels, een kapotte driewieler en kleertjes die op het gras liggen te drogen verraden de functie van het gebouw voor ons. Het weeshuis zal de komende dagen fungeren als mijn verblijfplaats. Ik heb mezelf als doel gesteld om iedere euro zo goed mogelijk te besteden in het kader van duurzaam reizen. Voordat ik het in de gaten heb, lopen de grotere kinderen al met mijn tassen naar de gastenkamer terwijl Tsoa nog altijd de aandacht probeert te trekken van die vreemd ogende logé.

De stichting Madalief (voorheen Fazazoma) is geboren uit liefde voor de kinderen van Madagaskar.

Het weeshuis is onderdeel van stichting Madalief. Een Nederlands-Madagassische organisatie die al ruim tien jaar opkomt voor alleenstaande moeders en weeskinderen van Madagaskar. Grotendeels met geld wat ze via donaties binnenkrijgen, maar ook het toerisme is een belangrijke bron van inkomsten. De bekendheid stijgt. Nederlandse toeristen die aan groepsrondreizen deelnemen, brengen veelal standaard een bezoek aan het guesthouse van de stichting. Het opzetten van kleinschalige, duurzame projecten gaat hand in hand met de veranderende behoefte van de reiziger, namelijk dat de lokale bevolking ook profiteert van het bezoek. Op hun beurt verkiezen reizigers steeds vaker contact met ‘gewone’ mensen, om inzicht krijgen in de lokale cultuur en manier van leven. Dat is ook mijn bedoeling. Opgaan in de dagelijkse routine en waar mogelijk een helpende hand bieden.

Op pad
Samen met madame Honerine, een zestigjarige Madagassische die dagelijks voor de kinderen zorgt, loop ik naar de markt om inkopen te doen. “Het is niet ver”, zegt ze overtuigend en ik geloof haar. Een kromme houding, grijze lokken en gerimpeld gezicht verraden haar leeftijd, maar ik heb toch moeite om haar bij te houden over de steile paden. Vijf kwartier later komen we aan. Het is een tocht die ze dagelijks maakt. Tijdens de wandeling krijg ik een goede impressie van de staat waarin het land verkeert. Zandkleurige huisjes, of wat daarvoor moet doorgaan, sieren de straatkant en lijken totaal willekeurig te zijn weggezet. Tientallen kippen lopen rond, bedoeld als toekomstig avondeten. De oppervlakte van een woning is vergelijkbaar met die van een slaapkamer in Nederland. Niet zelden woont er een gezin met meer dan vijf kinderen, die nieuwsgierig naar buiten komen wanneer we voorbij lopen.

Lokaal leven in Madagaskar

“Bonjour Vazaha”, klinkt het achter ons. Een klein meisje met een besmeurd groen jurkje zwaait verlegen. “Salama”, groet ik terug waarop ze hard begint te lachen. Op de markt koop ik twee dozijn sinaasappels, een tas aardappelen en groenten. Avondeten voor het hele weeshuis. De terugreis kan beginnen. Bij aankomst scharen we ons letterlijk rond de kookpot. Met zijn bord klungelig in de hand komt Tsoa naast me zitten. Hij geeft me zijn lepel en opent zijn mond. “Moet ik je eten geven?” vraag ik in het Nederlands. Hij knikt instemmend, alsof hij mij begrijpt. De omstanders moeten lachen. “Hij vindt het leuk dat je er bent”, verklaart madame Honerine.

Ook de meegebrachte spullen zijn een succes. De reacties van de kinderen doet denken aan sinterklaasavond. Stralend lopen ze rond in hun nieuwe T-shirts, waarbij ik geëmotioneerd raak van de blijdschap en opgewektheid. Het is een mooie gedachte dat deze spullen goed terecht komen. Als enige toerist heb ik niet de illusie het leven van de mensen structureel te kunnen verbeteren. Een constante aanwas van reizigers kan dat echter wel.

Aangename routine
De wekker in het weeshuis gaat vroeg. Een nieuwe schooldag is aangebroken. Wanneer we rond zeven uur bij het schoolplein aankomen, ontwaart zich een mooi tafereel. Ruim zeventig kindjes, in de leeftijd van vier tot twaalf jaar, staan met hun dikke winterjassen en rugzakje te wachten op de juf. Een aantal van hen heeft schoenen aan. Het merendeel echter niet, net zoals velen wel een jas, maar geen lange broek aanhebben. Het is de winterperiode, waarbij de temperatuur gevoelsmatig net boven het vriespunt ligt. Vrijwel alle kleren die de kinderen aanhebben, zijn gedoneerd. De stichting betaalt, mede uit de opbrengsten van het guesthouse, het schoolgeld voor het merendeel van de kinderen.

Het lokale leven van Ambositra heeft een aangename routine waarbij ik het gevoel krijg het land en zijn inwoners steeds beter  te begrijpen. Tijdens onze dagelijkse tocht naar de markt worden we aan alle kanten begroet. “Salut”, weerklinkt het meermaals. Op de markt kijk ik mijn ogen uit. Manden vol met zojuist geslachte kippen, een man die enkel telefoonbatterijen verkoopt en talloze groetenkramen. Naast elkaar staan drie vrijwel identieke kraampjes met uitsluitend sinaasappels. Het lijkt me onwaarschijnlijk dat ze hier allemaal van kunnen leven. Een oudere man lacht zijn drie resterende tanden bloot en zwaait fanatiek wanneer we voorbij lopen. Voor hem liggen trossen bananen die in Nederland de schappen niet zouden halen.

Op de terugweg zie ik twee jongetjes bij een krot spelen wat een woning blijkt te zijn. Het dak bedekt nog niet de helft van het huis en ook de voordeur ontbreekt. De inboedel bestaat uit een matje, een zak rijst en twee kookpotten. De kleinste van de twee, ik schat hem op ongeveer een jaar of vier, staart vermoeid voor zich uit. Ook hij loopt op blote voeten. Zijn gescheurde trui met een vervaalde Mickey Mouse erop, is waarschijnlijk zijn enige kledingstuk. Zodra hij de twee sinaasappels ziet die ik uit mijn tas haal, begint hij te lachen. “Wil je deze?” vraag ik hem. “Tsara, tsara”, antwoordt hij jubelend. Hij rent snel naar zijn broer en geeft er een aan hem. Ze blijven zwaaien totdat we uit het zicht zijn.

Het weeshuis helpt de Malagasy kinderen met de steun vanuit Nederland

Wanneer de school uit is, vermaken de kinderen zich buiten. Plastic afval wat bijeen wordt gehouden door een touw moet een voetbal voorstellen. Verderop vermaakt Tsoa zich met een kookpan en waant zich een drummer. Ik rommel wat in mijn tas en haal een aantal doosjes bellenblaas tevoorschijn. Tsoa en zo’n tien andere kindjes stoppen acuut met hun bezigheden. Ze blijven op een afstandje, maar zodra ik de eerste bellen door de tuin blaas, beginnen ze te kraaien en proberen de bellen te vangen of door te prikken. Buurtkinderen komen op het geluid af en al snel is het aantal verdrievoudigd. Ze blijven genieten en daarmee ik ook. Dagen later lopen ze nog steeds rond met de lege doosjes, net zoals met de ballonnen die ik later heb uitgedeeld. Dolgelukkig met zoiets kleins.

Wanneer de school uit is, vermaken de kinderen zich buiten

Besefmoment
Het lokale leven in Ambositra heeft een ritme waar ik met gemak aan kan wennen. De dagen zijn dan ook voorbij gevlogen. Voor de prijs van een gemiddelde excursie heb ik veel nuttige dingen kunnen kopen, zoals zeep en voedsel. En dan is er nog de vreugde van de kinderen. Dat is niet in geld uit te drukken. Duurzaam reizen is een win-win situatie. Wanneer het tijd is om te vertrekken, merk ik dat het me zwaar valt.

Gedurende mijn verblijf voelde ik me echt opgenomen en onderdeel van de familie. De buurtkindjes komen afscheid nemen. Een enkeling heeft nog altijd een ballon vast. Bij het zien van de guitige gezichtjes, moet ik denken aan een uitspraak van een medereiziger. “Je kunt niet de wereld verbeteren, maar wel iemands wereld.” En zo voelt het ook. “Veluma”, zegt Tsoa bij het afscheid en zijn korte armpjes sluiten zich om mijn nek.

Tekst en fotografie: Robin van Tilburg

Wil jij ook op reis naar Madagaskar?

Check onze speciaal geselecteerde reizen naar Madagaskar in de reisshop.

Dionne

Voel jij ook die continue reishonger? Ondanks de drang nieuwe plekken te ontdekken en nieuwe mensen te ontmoeten, ben ik graag zuinig op onze aardbol en fan van duurzaam toerisme. Ik deel graag mijn ervaringen met je!

Latest posts by Dionne (see all)

  1. Charlaine zegt:

    Prachtig, en heel herkenbaar. Was ruim een jaar geleden 2,5 maand voor Madief in Ambositra en ik zal het nooit vergeten. Mooi verwoord.

  2. Mooi verhaal!
    Goed dat je er bekendheid aan geeft. Dit is echt een mooi motto: “Je kunt niet de wereld verbeteren, maar wel iemands wereld.”

  3. Wat een mooi verhaal zeg! Heb tijdens het lezen ervan gewoon kippenvel gekregen. Ga Madagascar zeker meenemen als potentiële vakantiebestemming!

Vragen? Suggesties? Of jouw reishonger delen?

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Je mag alleen HTML tags en attributen gebruiken:

<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>