Wild kamperen in Zweden

Het reisgezelschap bestaat uit vier jonge twintigers: mijn man Ben en ik, samen met onze twee beste vrienden Elke en Sam. Geen koppel trouwens (een belangrijk weetje voor de te verwachten groepsdynamiek). Ons vervoermiddel: een zwarte Renault Mégane waarvan de koffer tot aan het plafond volgepropt met slaapgerief en eten. Duur van de reis: een week.

Bestemming: Stockholm met een pitstop in Kopenhagen. In dit verhaal zal ik iets meer vertellen over één reisdag (avond) in het bijzonder: de dag waarop ik in contact kwam met de ongerepte Zweedse fauna en flora.

Op weg naar Stockholm

De reis duurt intussen drie dagen. Denemarken ligt achter ons en Stockholm is nog enkele honderden kilometers ver. Ik word wakker op de achterbank van de auto met een slaapzak rond mij gedraaid. Moeizaam krijg ik mijn ogen open. Het valt me op dat Ben en Sam, de twee chauffeurs van dienst, van plaats gewisseld zijn. We zijn dus al ergens gestopt en mijn dutje moet iets langer geduurd hebben dan verwacht. Stilaan worden hun stemmen duidelijker. Ben ziet dat ik wakker ben en maant me aan naar buiten te kijken. Wat een prachtig zicht! Aan mijn linkerkant water zo ver ik kan zien, aan mijn rechterkant uitgestrekte bossen, beiden verlicht door de gloed van een zachte zomerzon. Soms kan ik zo genieten van een natuurlandschap dat ik mezelf erin verlies. Ik verdrink in een gevoel van schoonheid, van geraakt te zijn door iets grootser dan mezelf. Alleen natuur kReisweg Zweden 2010an dit bij mij teweeg brengen. Ik heb in mijn jonge leven al veel mooie dingen gezien. Sommige daarvan zijn doorheen de tijd door gouden mensenhanden gemaakt: Europese steden zoals Praag en Brugge (toch een beetje opscheppen over mijn thuisland), het decadente Las Vegas met zijn imposante casino’s, de mysterieuze stenen van Stonehedge, … Het blijven echter creaties van de mens. Natuur daarentegen ís er gewoon en als het al gecreëerd is, dan blijft de vraag door wie voor altijd onbeantwoord. Natuur kan ik niet bevatten en daardoor heeft het voor mij iets magisch.

Ik hoor de mannen overleggen. Stockholm is nog een paar uur rijden. De avond is in zicht. Ze zijn moe en willen de tenten opzetten. Ik kan niet tegenspartelen. In de nabijheid van deze schoonheid wil ik nog wel een tijdje blijven.

We verlaten de hoofdbaan en slaan een zijstraat in. Het wordt schemerig in de auto nu we de bossen inrijden. De weg wordt steeds nauwer met meer en meer scherpe bochten. Zweden zijn rustige chauffeurs, zeker in straten zoals deze. Als ze zien dat we op drie meter van hun auto rijden, gaan ze vlug opzij om deze Belgische snelheidsduivels met topsnelheden van 50 km/uur voorbij te laten. Langs de weg zie ik regelmatig perfecte stukjes kampeergras. Elke kampeerplaats is voorzien van een picknickbank en een parking voor de auto. Achter de bomen kan ik een glimp opvangen van het nabijgelegen Vätternmeer. Dezelfde plas water die me eerder deed wegdromen.

Onze slaapplaats

Bij één van de kampeerplaatsen houden we halt. Ik stap uit en bestudeer de plek waar we onze tenten zullen opzetten: een open grasvlakte met plaats voor wel vijf tenten (lekker ruim), een houten bank waarop we kunnen koken en eten, een plaats waar duidelijk al meerdere kampvuren aangestoken zijn, … en dit alles gratis! Plots merk ik dat de korte tijdspanne nodig voor deze vluchtige gedachten, voldoende was voor een dozijn muggen om hun prooi te vinden. Vooraleer ik de rest ga helpen, besluit ik me tegen mijn aanvallers te beschermen. Ik doe andere (meer) kledij aan en de plaatsen die mijn kleding niet bedekt, voorzie ik van een laagje anti-muggenspray. Ik zie er uit als een eskimo en ruik naar vergif. Nu ben ik klaar om het kamp mee op te slaan!

Ben en ik gaan vaak met de tent op reis. Onze slaapplaats voor deze nacht staat dan ook in geen tijd recht. Sam is als legerofficier eveneens getraind in het opzetten van tenten. We kunnen dus al snel overgaan tot de volgende stap van de avond: eten maken. De afgelopen dagen heb ik (ontdek ik nu) de stempel van kok opgedrukt gekregen. Zo gaat dat altijd in een groep. Mensen krijgen elk een eigen rol toebedeeld en voor je het weet moet je altijd hetzelfde doen zonder te weten hoe het ooit zo ver gekomen is. Ben is voor een groot deel de groepsleider, Sam de chauffeur en ik de kok. Wat de rol van Elke is? Ik weet het nog steeds niet…

Vandaag heb ik echter geen zin om te koken. Sam en Elke zitten op de bank te praten. Intussen is Ben de slaapmatjes aan het opblazen. Hoewel al een paar keer vermeld is dat meerdere mensen honger hebben, blijven mijn vrienden al pratend niets doen. Ik voel voor de eerste keer dat het verwacht wordt dat ik de stap zet om aan het eten te beginnen. Mijn probleem is dat ik ervan hou een zeker nut te hebben, maar me erger aan vanzelfsprekendheden. Niet te verwonderen dat ik lichtjes geagiteerd en ergens toch voldaan het water voor de soep op het gasvuurtje zet.

Een kampvuur maken

Sam, ook wel gekend als ‘de man met het plan’, krijgt intussen het briljante idee om een kampvuur te maken. Zo wil hij een groot deel van de muggen verjagen. Dergelijke ideeën kan ik alleen maar toejuichen. Ik heb vertrouwen in onze bekwame legerofficier en zie dat klusje in een wip en een flik geklaard. Verkeerd gedacht. Toen het eten klaar was, zat Sam nog op zijn takken met propjes papier te blazen.

vuur maken

Na het eten staan ons nog twee taken te wachten: vuur maken en water halen in een nabij gelegen bron voor de koffie morgenvroeg. Aangezien vuur maken geen specialiteit blijkt te zijn van Sam, gaat hij water halen. Elke vervoegt Sam en ik blijf in het kamp zodat Ben mij kan leren hoe je vuur moet maken. De auto is net weggereden als Ben op een rustige en duidelijke manier begint uit te leggen dat het belangrijk is een droge, goed brandbare basis te maken. Terwijl hij vertelt, voegt hij daad bij woord en maakt een piramide van droge takken en propjes papier. Daarboven legt hij, op zo’n manier dat de piramide intact blijft, een groot blok hout die hij uiteindelijk wil laten branden. Hij maakt gebruik van een aansteker om enkele papieren propjes in brand te steken en neemt een bord waar de etensrestjes van het avondmaal nog aanhangen om het vuur aan te wakkeren. Dat zuurstof heel belangrijk is voor vuur wist ik al. Bijgevolg lijkt het me inderdaad logisch het vuur van extra zuurstof te moeten voorzien om het aan de praat te krijgen. Terwijl Ben met korte maar krachtige bewegingen met het bord wappert, vraagt hij me regelmatig kleine droge takjes op het prille vuur te leggen. Na een tijdje neem ik het bord over. Blijk ik toch wel een talent te zijn in het aanwakkeren van vuur! Door mijn hulp en de instructies van Ben begint het grote blok hout uiteindelijk te branden. We hebben een kampvuur! Als de andere helft van het reisgezelschap terugkeert, tonen we trots wat we gepresteerd hebben.

Ik denk dat Sam het gevoel had ook een steentje aan het kampvuur te willen bijdragen, jammer genoeg. Aangezien het vuur nog niet sterk genoeg is om al vol continu op zichzelf te branden, moeten Ben en ik het tussendoor nog aanwakkeren. Terwijl ik mijn beste werk bovenhaal, zie ik Sam met een grote blok hout naar me toe stappen. Ik vraag me al fronsend af wat hij daarmee van plan is als hij de kolossale houtblok recht op de basis van ons vuur werpt. Dat was geen goed idee! Ik zie lichtjes teleurgesteld aan hoe het werk van het afgelopen kwartier vernield is. Met een zucht beginnen Ben en ik opnieuw, maar de humor van de situatie ontgaat ons gelukkig niet!

Wild kamperen heeft ook zijn nadelen

Intussen moet ik naar het toilet. Ik word op dat moment geconfronteerd met de harde realiteit: als je wild kampeert, moet je wild plassen. Op zich geen grote ramp, maar van muggen op bepaalde plaatsen hou ik niet zo. In de buurt van ons kampvuur in wording zijn er praktisch geen muggen meer. Zodra je echter richting bos gaat, kan je bijna niet ademen zonder een mug te inhaleren. Ben had al eerder die avond van onze sanitaire voorziening gebruik gemaakt en geeft me de raad: “Snel te werk gaan en jezelf omringen met een constante walm van muggenspray”. Zo gezegd, zo gedaan. Gewapend met mijn spray verdwijn ik naar de bosjes. Ondanks de ongetwijfeld goede raad van Ben, voel ik de jeuk opkomen terwijl ik terug naar ons kamp wandel.

Het einde van de dag nadert

Uiteindelijk overleeft ons kampvuur zijn grootste vijand Sam. We maken cappuccino’s voor ons allen en gaan rond het knetterende vuur zitten. Kan het nog beter? Het hoogtepunt van mijn dag: de zon die stilaan ondergaat, in het gezelschap van mijn man en beste vrienden, met een godendrankje in de hand, verwarmd door de gloed van een kampvuur. Zijn het niet momenten zoals deze waarvoor je leeft? Momenten waarop je intens geniet. Momenten waarop je vervuld wordt met de gedachte dat het niet beter kan als dit. Momenten waarop je beseft dat je simpelweg gelukkig bent, meestal ook met de meest simpele dingen.

Het gepraat van Elke en Sam haalt me uit mijn roes. Gek hoe de zonsondergang en de aanwezigheid van vuur de tongen los maakt. In dat uur ontdek ik meer over Sam en Elke dan ik wil weten. Ik meng me niet in het gesprek maar hoor het even aan. Soms kan ik er van genieten gewoon te zijn. Anderen te laten spreken zonder zelf deel te nemen aan het gesprek. Mensen praten soms te veel en zijn soms te weinig. Terwijl ik ben, denk ik. Ik heb eens ergens gelezen dat denken onze enige echte vrijheid is in het leven. Is dat zo? Het kampvuur brengt de filosoof in mij naar boven.

Intussen is het donker geworden, of toch zo donker als het tijdens een Zweedse zomernacht wordt. In Zweden gaat in juli om 23u de zon onder en rond 3u20 wordt het weer licht. De nachten zijn met andere woorden aan de korte kant. En donker is met een korrel zout te nemen. Je kan op elk moment van de nacht perfect zien waar je wandelt.

Het vuur begint zijn magie te verliezen, niet op ons maar op de kleine kwelgeesten van het bos. We vluchten met tegenzin de tent in om daar het gesprek voort te zetten. Wanneer ik echter in mijn slaapzak lig, begint de slaap naar mij te lonken. Ik ben niet de enige die moeilijk wakker kan blijven. Al gauw ritst Sam onze tent achter zich dicht op weg naar de zijne voor een goede nachtrust in de relatieve stilte van de natuur. “Slaap zacht”, zeg ik tegen mijn medereizigers. Vervolgens val ik, zoals het hoort op reis, moe maar voldaan in een diepe slaap.

Tekst en foto’s: Ann Wouters

Dionne

Voel jij ook die continue reishonger? Ondanks de drang nieuwe plekken te ontdekken en nieuwe mensen te ontmoeten, ben ik graag zuinig op onze aardbol en fan van duurzaam toerisme. Ik deel graag mijn ervaringen met je!
  1. Natascha Broere zegt:

    Hallo Ann,

    Wat een mooi reisverhaal zeg!

    Ik en mijn man zochten op Google naar een mooie reis naar Zweden en Stockholm en kwam hier terecht. Mooie website hebben jullie trouwens!! We hebben ons direct aangemeld voor de nieuwsbrief.

    We hopen binnenkort ook een mooi kampvuur in Zweden te mogen maken 😉

    Groetjes,
    Natascha

Vragen? Suggesties? Of jouw reishonger delen?

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Je mag alleen HTML tags en attributen gebruiken:

<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>