De uitdagende hoogtes van Arequipa in Peru

Peru is een enorm land, met zo veel prachtige plaatsen en regio’s, dat het onmogelijk is om alles in één artikel te zetten. In dit artikel vertel ik over de regio Arequipa, waar ik in een paar dagen dwars doorheen joeg. Mijn indrukken waren allesoverheersend en moeilijk te grijpen. Want hoe vertel je over iets wanneer je niets hebt om het mee te vergelijken?

Arequipa is een regio ten zuiden van Lima, de hoofdstad van Peru. Het sluit ook deels aan bij de regio Ica, wat in dit artikel uitgebreid wordt besproken. Ik vloog vanuit Lima in anderhalf uur naar Arequipa, de hoofdstad van de gelijknamige regio, en landde op ongeveer 2300 meter boven de zeespiegel. Die hoogte zou mij later nog parten spelen. Je stapt immers vanuit een vliegtuig dat precies de juiste luchtdruk heeft, recht de ijlere lucht in.

Arequipa ligt in de Andes en kijkt uit over de drie vulkanen Pichu Pichu, Chachani en Misti. De stad wordt ‘de witte stad’ genoemd, vanwege de tientallen koloniale huizen, kerken en kloosters die zijn opgetrokken in wit vulkaansteen. Vooral het stadscentrum is prachtig. Ga je buiten het centrum, dan kom je terecht in een schijnbaar oneindige sliert sloppenwijken, waar je de meest gezellige fruitmarktjes vindt.

Vanuit de stad Arequipa reisde ik twee dagen door de hooglanden, langs de Colca Canyon, Cruz del Condor en dan nog wat hoger tot ik bovenop de wereld stond bij Mirador del Andes.

Hooglanden

Arequipa verlaten is niet de meest eenvoudige klus. Het verkeer is een warboel. Mensen doen gewoon wat ze willen, of dat nu rijden, stilstaan, toeteren of een dutje is. Midden op straat. En als er iemand in de weg staat, dan wring je je er gewoon langs.

verkeer in Arequipa

Het verkeer in Arequipa is iets speciaals: alles en iedereen loopt, rijdt en fietst er door elkaar.

Maar, zodra je de stad voorbij bent en de bergen in rijdt, verdwijnt alles en iedereen. Af en toe zie je een ander busje reizigers, of een truck die van of naar één van de mijnen rijdt. Op de droge, winderige vlakten rennen vicuñas, een soort lamachtige diertjes met een superzachte pels, vrolijk rond.

Hier en daar staat er een groepje huizen, waar je een toilet kan vinden en een winkeltje waar je cocathee kan drinken, of de droge blaadjes kan kopen. Hoe hoger je gaat, hoe groter de kans op hoogteziekte. Cocablaadjes kauwen helpt.

Arequipa uit

Dit hoopje huizen, met kerkje, is de eerste stop die je zal zien wanneer je Arequipa uitrijdt en de bergen in gaat.

Sibayo

In deze streken leven de mensen nog precies zoals hun voorvaderen dat deden. Vooral in de kleine dorpjes, zoals Sibayo, waar onze westerse invloeden nog niet de overhand hebben genomen. De wereld is hier anders. Mannen en vrouwen in kleurrijke kledij, vol symboliek, ontvangen je met plezier. Toerisme is een deel van hun inkomen, maar het leven gaat ook gewoon door als er geen toeristen zijn.

Sibayo heeft mij verrast. Het dorp ligt op 4000 meter hoogte. Op dat punt werd ik al flink duizelig, en ging alles een beetje trager. Maar zelfs dan is het moeilijk om niet te genieten van de kleurrijke mensen, het voedsel en de lama’s. Het gevoel dat je iets nieuws en ongerept ziet is onbeschrijfelijk, gewoon omdat je ergens bent wat zo sterk verschilt van wat je gewend bent.

Dansend door Sibayo

Dansend door Sibayo.

De Colca Canyon

Sibayo ligt in de Colca Canyon, maar de Canyon loopt nog een heel stuk door. Een rivier, die vanuit de hoogte op een piepklein stroompje lijkt, snijdt dwars door bergen. Aan weerszijden bouwden mensen terrassen voor het verbouwen van maïs en quinoa. Kleine dorpjes lijken zich vast te klampen aan de bergwanden.

Colca Canyon

Een magnifiek uitzicht, heel vroeg in de ochtend, in de Colca Canyon.

Naast kleine dorpjes ligt ook de Belmond Las Casitas lodges in deze canyon. Een duur hotel, waar de kamers bestaan uit hemelbedden met een open haard, een badkamer met Franse deuren en een eigen hottub. Doorgaans maakt het mij niet heel veel uit of een hotel dat soort luxe heeft, maar eerlijk? De hoogte is zo uitputtend, dat ik die hottub ben in gesprongen en, eenmaal ontspannen, dat bed ben ingedoken.

Belmond Las Casitas in Colca

Mijn kamer in Belmond Las Casitas in Colca.

Cruz del Condor

De condor moet wel het meest gekende dier van de Andes zijn. Met zijn enorme spanwijdte en imposante verenkleed zeilt hij op de wind, op zoek naar aas. Een condor zien, dat telt als een hoogtepunt van je reis. En daarvoor moet je naar Cruz del Condor.

Cruz del Condor

Cruz del Condor, waar de condors vlak boven je hoofd vliegen. Jammer genoeg zo snel dat ik geen scherpe foto heb.

Cruz del Condor is zo toeristisch als het maar kan. Ze worden in busjes aangevoerd en ik stond daar tussen. Maar, condors blijken zo nieuwsgierig dat de beesten gewoon komen kijken waar al die drukte om gaat. Ze vliegen onder in de canyon, stijgen hoger en hoger en vliegen enkele meters boven je hoofd. Soms gebeurt het zelfs dat er eentje zijn veren komt poetsen op de rotsen, gewoon waar je bijstaat.

Mirador del Andes

De laatste stop voor ik terug zou afzakken naar Arequipa stad, was het hoogtepunt Mirador del Andes. Net geen 5000 meter. Meer dan uitstappen voor een foto heb ik niet gedaan. Toch was deze locatie eentje die een heel grote indruk naliet.

De hoogte is moordend. Zeker als je in enkele uren naar boven reist, in een busje. Je lichaam heeft niet de tijd om zich aan te passen aan de ijle lucht. Hoe hoger we reden, hoe meer reisgenoten ik als puddinkjes in elkaar zag zakken. Eenmaal op dat punt, interesseerden de foto’s mij niet meer. Ik kon niet ademen, ik kon niet bewegen zonder uitgeput te geraken. Ik verplichtte mezelf om enkele foto’s te nemen en kroop terug in het busje. Het was genoeg geweest.

Nochtans was dit uitzichtpunt, met in de verte een aantal van de vele vulkanen, een magnifieke plaats. Nu ik weer in het platte België ben, waar er meer dan genoeg zuurstof in de lucht zit, heb ik spijt dat ik niet meer foto’s heb.

Mirador del Andes

Eén van de weinige foto’s die ik maakte op Mirador del Andes.

Over hoogteziekte

Hoogteziekte is een vreemd iets, dus het lijkt me wel slim om het daar nog even over te hebben. Iedereen die een bepaalde hoogte beklimt, ongeveer vanaf 3000 tot 3500 meter hoogte, kan er namelijk last van hebben. Het maakt niet uit of je heel fit bent of niet, iedereen kan het krijgen. Bovendien kan je het elke keer opnieuw krijgen, ook al ben je al verschillende keren op grote hoogte geweest.

Omdat er hoe hoger je gaat hoe minder zuurstof in de lucht zit, kan je lichaam het moeilijk krijgen. In het beste geval heb gewoon een benauwd gevoel, omdat je niet genoeg zuurstof uit de lucht kan halen, en voelen je spieren als pap aan. In het slechtste geval word je echt ziek, krijg je felle hoofdpijn, moet je braken en raak je gedesoriënteerd. In extreme gevallen, en op extreme hoogtes, kan je sterven aan hoogteziekte.

Je kan maar weinig doen tegen hoogteziekte. Als je ziek wordt, is de enige oplossing weer naar beneden gaan. Maar je kunt wel een aantal dingen doen om het te voorkomen.

  • Neem je tijd om te klimmen, zodat je lichaam kan wennen aan de hoogte. Daal telkens een klein beetje als je gaat slapen.
  • Eet licht, of zelfs vegetarisch. Rood vlees een zware maaltijden kunnen hoogteziekte in de hand helpen.
  • Drink veel water. Drink vooral geen alcohol of energiedrankjes.
  • Eet chocolade. Ja, echt, de suiker kan helpen.
  • Kauw cocablaadjes en drink cocathee. De cocaplant wordt in de Andes al eeuwen gebruikt om hoogteziekte tegen te gaan. Je kauwt de blaadjes tezamen met een soort van pasta, wat je maag en je mond verdooft. De thee is iets gebruiksvriendelijker, en smaakt best lekker.

En verder…

Hoe uitputtend ook, dit was niet het einde van de reis. Vanuit Arequipa zou ik terug naar Lima vliegen, voor een laatste paar dagen in de hoofdstad voor ik terug naar Nederland zou gaan. Ik wist dat Lima, dat aan de zee ligt, heerlijk veel zuurstof zou hebben. Niet vreemd dus dat ik er zo naar uit keek!

Ik vertelde in een eerder artikel over de regio Ica, onder Lima, en in een volgend stuk vertel ik over de hoofdstad zelf.

Picanteria La Nueva Palomino

In Arequipa stad stopte ik in Picanteria La Nueva Palomino, waar deze dame aan het hoofd stond van tientallen koks en obers. Hun gerechtjes zijn om vingers en duimen bij af te likken.

Deze reis werd mogelijk gemaakt door Peru.travel.

Lotte

Lotte houdt ervan om te voet te reizen, om zo het land echt in te kunnen duiken. Bovendien zal ze altijd proberen om met duizend woorden een beeld te schetsen.

Vragen? Suggesties? Of jouw reishonger delen?

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Je mag alleen HTML tags en attributen gebruiken:

<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>