Reizen met de Peking Express (Heen en Onweer deel 11)

Ook tijdens een wereldreis doe je het soms heerlijk rustig aan. Even lijkt het bijna een normale vakantie. Eerst uitslapen, daarna een beetje film kijken in bed en alvast de kaart van Ulaanbaatar bestuderen. We besluiten om onze laatste dag hier te besteden aan het bezoeken van Buddha Park met het grote, gouden Boeddhabeeld.

Rapper Def P maakt met zijn vrouw Fenske een wereldreis per trein over het noordelijk halfrond. Zijn avonturen heeft hij opgeschreven in het boek Heen en Onweer en zijn deels op onze site te lezen. In dit deel ontdekt Def P Mongolië en reist hij richting China, waar hij een paar nachten verblijft in de natuur van Mongolië. Dit keer schrijft Def P over het verschil tussen arm en rijk, bedelende kinderen en de reis met de Peking Express.

Op de route naar het Boeddhabeeld ligt ook de Departmentstore, het grote warenhuis van Ulaanbaatar. Omdat we er zo’n beetje langs komen, pakken we die meteen mee en lopen er ongeveer een uur rond. Het is eigenlijk niet veel anders dan de westerse warenhuizen die wij gewend zijn. Wat me echter wel verbaast, is dat een warenhuis in een arm land als Mongolië ook dezelfde prijzen hanteert als bij ons.

Verschil tussen arm en rijk

Dit onderstreept maar weer eens het grote verschil tussen arm en rijk dat hier heerst. Ik heb bijvoorbeeld een paar nieuwe onderbroeken nodig en die zijn daar omgerekend 20 euro per stuk. In Mongolië! Niet te geloven! Buiten staat een vrouwtje met een klein kraampje, waar onderbroeken van dezelfde kwaliteit 50 cent per stuk zijn. Die keuze is dus snel gemaakt. “Doe er maar een paar.” Ik blij, zij blij. Ik gun het zo’n vrouwtje ook veel meer dan zo’n decadent warenhuis.

Met een zak vol nieuwe onderbroeken lopen we door naar het Gandanklooster. Dat is een verzameling Boeddhistische tempels met een universiteit en een winkel. Een schitterend complex en zeer de moeite waard. We hebben net ons geld gesorteerd en dat komt bij de ingang goed van pas. Het Mongoolse geld is zo weinig waard dat je als toerist al gauw met een heel dik pak papiergeld rondloopt, dat qua waarde vergelijkbaar is met onze stuivers en dubbeltjes.

Def P in Ulaanbataar

Het verschil tussen arm en rijk is in Ulaanbataar duidelijk te zien

Voor het klooster staan een meisje en een jongetje duivenvoer te verkopen. Allebei piepjong en straatarm. Ze proberen het ook bij ons. Zonder het duivenvoer aan te pakken, geef ik ze allebei een heel dik pak met papiergeld en zie meteen twee hele blije en verraste gezichtjes. Fens en ik geven in arme landen meestal leuke fooien weg, en het is duidelijk te merken dat de mensen in Mongolië dat niet gewend zijn. Normaal zou ik trouwens geen stuiver uitgeven aan welke geloofsinstantie dan ook, maar voor het boeddhisme maak ik graag een uitzondering. We hebben ons goed vermaakt in het complex en onze ogen goed de kost gegeven. Vooral de grote, gouden Boeddha is echt een indrukwekkende kolos om van dichtbij te zien. Zo’n tempel is van binnen vaak net een sprookjeswereld.

Bedelende kinderen

Die avond eten we heerlijk in een Japans restaurant. Als we daarna nog een laatste wandeling door de stad maken, worden we opeens benaderd door twee bedelende kinderen. Hoewel benaderd: zeg maar gerust aangevallen! Meestal geven we wat geld en is het daarna klaar, maar deze kinderen zijn extreem hardnekkig en bloedirritant. Het meisje klampt zich meteen aan Fenske vast en het jongetje gaat op de grond zitten met zijn handen en voeten om mijn been heen. De kinderen zijn supersmerig en hun handen zijn pikzwart. Onze kleren worden meteen hartstikke goor van deze aanval.

“Money! Money!” Ik neem een grote stap, terwijl het jongetje als een aapje om mijn been blijft hangen

Fenske begint geschrokken te roepen en te gebaren dat het meisje haar los moet laten, maar we worden overstemd door de kinderen die keihard “Money, money!” roepen. Ik gebaar nu ook dat ze ons los moeten laten, maar ze blijven maar vasthouden en doordrammen. “Money! Money!” Ik neem een grote stap, terwijl het jongetje als een aapje om mijn been blijft hangen. Al gauw vliegt het ventje door de lucht en landt lenig met een koprol weer op de straat.

Hij springt boos op en begint vechtbewegingen naar me te maken. Omdat we totaal geen zin hebben in een confrontatie met boze zwerfkinderen, vluchten we een winkel in. Maar ze komen gewoon keihard jengelend achter ons aan. “Money, money!” Gelukkig heeft de Mongoolse vrouw van de winkel hier ook geen zin in en stuurt de kinderen mopperend weg.

Het hoort er allemaal een beetje bij in arme landen. Maar zo hardnekkig als dit stel bedelboefjes hebben we het in Mongolië nog niet meegemaakt. Soms is het ook best moeilijk om ter plekke te bepalen hoe je op dit soort dingen moet reageren. Je wilt vriendelijk zijn en de armen helpen, maar je moet natuurlijk ook geen opdringerig en irritant gedrag belonen. Als ze het gewoon hadden gevraagd hadden ze best wat kunnen krijgen. En als buitenstaander in een vreemd land een kind van je afslaan is zeker onverstandig.

Peking Express

Deze ochtend moeten we er weer vroeg uit. We hebben een wake-up call gevraagd om kwart voor zes, maar die komt niet. Gelukkig hebben we zelf ook een wekkertje gezet. Alles loopt verder gesmeerd en we staan op tijd klaar voor de bus naar het station. Als we in de trein aankomen, een vierpersoonscoupé, is deze verder nog leeg.

Reizen is ontdekken

Het lijkt er steeds meer op dat dit ook zo zal blijven. Vlak voor ons vertrek met deze Peking Express komen Harold en Chris onze coupé binnenstormen. Ze blijken opnieuw bij ons ingedeeld te zijn, maar hebben bijna de trein gemist door een slechte planning van het reisbureau ter plaatse. Zij zaten namelijk nog in het natuurreservaat en hebben een idioot hectische busreis naar de trein achter de rug. Nog helemaal gestrest en nahijgend van hun haastige trip, beginnen ze ons hun verse avontuur te vertellen.

De manager van het tentenkamp zou hen met een busje naar het station brengen, maar toen hij niet verscheen werden ze steeds zenuwachtiger. Toen ze hun beklag deden bij de balie was daar niemand die hen kon helpen, dus toen zijn ze ten einde raad maar naar zijn slaapvertrek gegaan. Daar hebben ze net zo lang op de deur gebonkt tot de manager, half slapend, naar buiten kwam. Vervolgens moest er plotsklaps een busje worden geregeld en dat werd een oud barrel zonder ruitenwissers.

Toevallig regende het die ochtend en de weg die ze moesten begaan was lang, kronkelig en vol met gaten. Dat werd dus een bijzonder wilde rit met weinig zicht op het wegdek. Ze wisten niet of ze nou banger moesten zijn om met de bus over de kop te slaan, of om de trein naar China te missen. Hoe dan ook, ze hadden het wonder boven wonder op het nippertje gehaald. En dat zonder kleerscheuren.

Van Mongolië naar Beijing

Nadat ze hun hele verhaal in geuren en kleuren hebben verteld, worden ze weer wat rustiger. De trein is inmiddels gaan rijden en de lange rit van Mongolië naar Beijing is begonnen.

Peking Express

Deze rit voert voornamelijk naar het zuidoosten, dwars door de Gobiwoestijn. We weten van tevoren al dat het tijdens deze rit steeds warmer en droger zal worden. Dit zie je meteen al aan het gras, dat elk uur geler en dunner wordt. Het duurt niet eens zo lang voordat we door een grote, kale, geelbruine, stoffige vlakte rijden. Om de kilometer zie je wel een half weggerot lijk liggen van een koe, paard of een geit die de extreme weersomstandigheden niet overleefd heeft. Verder wordt het landschap slechts onderbroken door telefoonpalen of af en toe een klein dorpje met een stoffige autoweg.

Reizen blijkt weer een ideaal bindmiddel

Om de lange dag een beetje te breken, lunchen we ’s middags uitgebreid in de restauratiewagon. Ze hebben op deze trein niet zoveel keuze, maar het is wel stervensdruk in het restaurant. Een forse vrouw, die in haar eentje alle tafeltjes bedient, werkt zich dapper door de warme drukte heen. Ze zet alle stelletjes twee bij twee aan tafels voor vier. Zo komen Fenske en ik met een gepensioneerd Australisch echtpaar aan tafel te zitten, waar we al gauw een leuk gesprek mee krijgen. Ze hebben samen ook al een hele lange reis achter de rug en hebben een hoop te vertellen. Reizen blijkt weer een ideaal bindmiddel.

De man is heel lang geschiedenisleraar geweest en kan ons prachtig uitleggen waarom de Russen zo’n chagrijnig volk zijn. Hij komt met een mooie en goed onderbouwde theorie op de proppen over het communisme, en hoe dit systeem op de lange termijn elke vorm van ambitie en servicegerichtheid wegneemt bij een volk. Ik vind dat deze man veel interessants te melden heeft. Maar helaas komt hij niet zoveel aan bod, omdat zijn vrouw aan één stuk door zit te kleppen over hun reis. Het is in ieder geval een gezellige lunch.

Als we ’s middags ergens bij een dorpje midden in de woestijn stoppen, probeert een hele horde kinderen ons flesjes limonade, chips of gekleurde stenen te verkopen. Omdat niemand van hen een woord Engels spreekt, roepen ze allemaal door elkaar: “Hé! Hé! Hé!’ ‘Hé! Hé!” Het lijkt wel een stel snaterende pinguïns die je overal achterna hobbelen. Het is bijna een komisch tafereel, ware het niet dat je duidelijk kan zien dat ook deze kinderen straatarm zijn en het niet voor de lol doen.

Woestijn

De woestijn waar we doorheen rijden wordt steeds heftiger. Je ziet bijna nergens mensen en als je ze ziet, zijn ze van top tot teen bedekt met kleding en lappen om zich te beschermen tegen de brandende zon en de snijdende zandstormen. De meeste woestijnbewoners hebben een zonnebril op, dus uiteindelijk zie je vaak alleen hun bruinverbrande neus boven de lappen uitkomen, om nog een beetje te kunnen ademen.

Het bijzondere van deze grensovergang is dat onze trein wordt opgehesen, omdat het onderstel verwisseld moet worden

Later die avond hebben we weer eens een grensovergang. We gaan nu met de Peking Express Mongolië uit en China in. Ook deze grensovergang duurt weer een behoorlijke tijd door het inmiddels bekende verhaal van vele controles en formulieren. Het bijzondere van deze grensovergang is dat onze trein nu in een grote loods wordt opgehesen, omdat het onderstel verwisseld moet worden. Dit om op een smaller spoor te kunnen rijden. In de tijden dat Mongolië en China minder vredelievend met elkaar om gingen, waren ze bang dat er in een oorlogssituatie misbruik van elkaars sporen gemaakt zou worden. Dit was theoretisch misschien wel een slimme beslissing, maar in de praktijk geeft dit tot op de dag van vandaag een probleem.

Grensovergang met China

Ik vermoed al dat deze grensovergang nog langer zal duren dan de voorgaande. Het schijnt dat we bij Wit-Rusland ook al zo’n onderstelverwisseling hebben meegemaakt, maar daar zijn we dan doorheen geslapen. Achteraf verklaart het wel mijn onrustige nacht toen, want er komt nogal wat kijken bij dat hele proces. En dat is nu niet te missen. Wij moeten in de trein blijven zitten en kunnen alles zien. Het is een drukke bedoening in de loods, met allerlei zware takelmachines die bediend worden door kleine, fanatieke mannetjes met overalls aan en helmpjes op.

In het begin is dit natuurlijk vrij spectaculair, maar na een paar uur gaat dit uitzicht flink vervelen. Ik ben na het bier van die middag aan een fles pure wodka begonnen en begin aangeschoten te raken. Als de strenge, Chinese douaniers onze coupé binnenkomen, vinden Fenske, Harold en Chris dit niet zo relaxed. Volgens hen maakte ik flauwe grapjes en zei ik dat we Tibet kwamen bevrijden. Ik kan me dat zelf niet zo goed herinneren, maar weet nog wel dat ze op een gegeven moment mijn fles wodka hebben verstopt. Kennelijk was ik de enige met lol in deze situatie. Ik vatte het op als een duidelijk signaal dat ze me irritant vonden, dus toen ben ik maar gaan pitten. Zo kon iedereen weer opgelucht ademhalen. Welterusten!

De andere helft van dit hoofdstuk is te lezen in het boek Heen en Onweer van Def P, waarin de avonturen van zijn wereldreis worden gekoppeld aan verhalen uit het leven van Def P. Behalve de landen en gebieden die hij aandoet tijdens zijn treinreis (Duitsland, Polen, Wit-Rusland, Rusland, Siberië, Mongolië, Tibet, China, Japan en Canada) bevat het boek ook bijzondere uitstapjes naar onder meer het Cuba van Fidel Castro, een Bosnië in puin, het Spanje van de toeristen, de achterbuurten in de VS begin jaren ’90 en de sloppenwijken van Zuid-Afrika.

Def P

Vragen? Suggesties? Of jouw reishonger delen?

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Je mag alleen HTML tags en attributen gebruiken:

<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>