Dé reis die ik nooit zal vergeten, is die naar Nieuw-Zeeland. Een maand rijden door en kamperen midden in de mooiste landschappen, absurd vriendelijke mensen ontmoeten, lekker eten en een verstaanbare taal (voor mij mag iedereen gewoon Engels spreken). Kortom, dertig dagen genieten. Zonder het echt te willen, zoek ik nu elke reis het gevoel van toen weer op. Het gevoel dat ik ben waar ik hoor te zijn: op ontdekking naar nieuwe, prachtige stukjes van de wereld. Heel onverwacht vond ik dit afgelopen zomer en niet zo ver van huis: in het mooie Bretagne, aan de bijzondere Côte de Granit Rose.

Aankomst in een guur landschap

De avond dat we aan de kust met de roze stenen arriveerden, deed niet vermoeden welke fijne tijd we hier tegemoet zouden gaan. Het was die dag akelig fris, zwaar bewolkt en regenachtig. De kleur van de stenen kwam allesbehalve tot zijn recht in dit grijze landschap. Waarom was mijn reisgids hier zo enthousiast over, dacht ik terwijl mijn man uitstapte om een foto te maken. In het havenstandje Ploumanac’h stopten we om te informeren over een boottocht naar Les Sept Îles. De mevrouw aan de balie beloofde ons dat de zon morgen terug zou schijnen dus besloten we een slaapplaats te zoeken in de buurt. Zo konden we de ochtend erna meteen een boottochtje naar de zeven eilanden reserveren, ten minste als de zon ook daadwerkelijk scheen.

Aankomst aan de Côte de Granit Rose

Een klein huis op een heel klein eiland

Op Île Grande, een eiland dat op onze kaart slechts zo groot was als een speldenkop, had ik op weg naar Ploumanac’h een wegwijzer naar een camping gespot. De wegen op het eiland waren smal, bochtig (wel geasfalteerd, dat is al iets) en heel erg rustig. We reden door stukjes natuur die amper door de mens bezocht leken. Ideaal voor ons dus. We leken wel de enige levende zielen en dat bleek bij aankomst op de camping niet anders.

Soms heb je van die momenten waarop je wenst een vreemde taal beter te spreken. Vooral wanneer je iemand ontmoet die je wel gezellig vindt en waar je een oprecht gesprek mee zou willen voeren. Zo iemand was de campinguitbater. Een kalende, magere man van middelbare leeftijd met een bruine gerimpelde huid. Hij zag er vreemd uit, maar was wel erg sympathiek. Zo was hij bijzonder enthousiast dat mijn man en ik met een kleine peuter op reis waren. Na een kort gesprek, wandelde hij samen met ons naar de donkerbruine chalet die we de komende twee dagen van hem zouden huren.

Toen ik de deur van ons houten huisje voorzichtig opende, leek alles best proper. Bij een iets meer nauwkeurige inspectie merkte ik de stofplukken op in de hoeken van de kamer en onder het tapijt. Net als de haren die nog op de vloer van de badkamer lagen als bewijs dat we niet de eerste huurders waren. Toch vond ik het fijn om twee nachten in deze chalet te slapen. We hadden een ‘eetruimte’, een keukentje, een badkamer en twee slaapkamers (eentje met een stapelbed en één met een tweepersoonsbed). Het eerste huurhuisje van mijn man en mij was zo groot als de kamer met het tweepersoonsbed.

Waar zijn we nu terechtgekomen?

Na het uitladen van onze blauwe Dacia (man, wat heb je veel bij als je met een kleintje op reis gaat), was het tijd voor het avondmaal. In een supermarkt hadden we eerder die dag een kaasschoteltje met vier verschillende kazen, wat verse tomaten en druiven gekocht. Samen met een stuk bruin stokbrood en een flesje rode wijn schotelden we onszelf een kleine luxemaaltijd voor.

Intussen vroegen mijn man en ik ons af waar die andere gasten bleven. De campingbeheerder had ons bij het inchecken verteld dat er bijna geen huisjes meer vrij waren. Toch voelden we ons moederziel alleen. Rond ons stonden allemaal gelijkaardige houten chalets, maar nergens stond er een auto geparkeerd of brandde er licht. Even leek dit het perfecte decor voor een goedkope horrorfilm te worden: een verlaten camping en een op het eerste zicht sympathieke eigenaar die een onschuldig gezinnetje in de val had gelokt.

So glad we made it

Ik was stiekem best opgelucht toen ik de volgende dag mijn ogen open deed en wat zachte zonnestralen door het raam zag schijnen. De receptioniste had ons geen blaasjes wijsgemaakt, het weer was effectief beter. In de kamer naast ons hoorde ik de kleine man kirren die eveneens klaar was voor een nieuwe dag. Ik porde mijn man wakker (niet bepaald romantisch, ik weet het) en ging alvast naar de enthousiaste peuter die me met een lach begroette.

Na een weeral hectische start (zo gaat dat met een kindje en een chaotische vrouw) stapten we de auto in op weg naar Ploumanac’h (wat een naam). Eerste taak voor vandaag: het boottochtje naar Les Sept Îles regelen voor later die dag.

Check!

Nadien reden we een stukje verder om de Côte de Granit Rose in al zijn glorie te bewonderen. Voor het eerst merkte ik what all the fuss was about. De rotsen hadden inderdaad uiterst bijzondere ronde vormen en een erg unieke roze kleur. Zoiets had ik nog nooit gezien. We leken wel in een pretpark. Onder de indruk maakten we een fotostopje en reden verder naar de start van een wandelpad. Want de boekjes hadden gelijk: je kan de kust pas echt ten volle ervaren door er een wandeling te maken.

Côte de Granit Rose

Côte de Granit Rose

Na een onvergetelijke wandeling en het lekkerste middagmaal van de reis (diep beschaamd moet ik toegeven dat ik de naam en de exacte locatie van de zaak niet meer ken. Tijd om opnieuw een reisdagboek bij te houden) maakten we een korte strandwandeling. Ook daar was het uitzicht om van te smullen.

Côte de Granit Rose

En daarna was het eindelijk tijd om ons aan melden voor de boottocht.

Op naar Les Sept Îles

Aan de kade was het even wachten, in de bakkende zon, tussen een hoop mensen die al iets te hard gebakken waren. Wat was ik blij toen ik onze boot zag aanmeren en iedereen stilaan aan boord mocht. Een spannend moment, want ik was nieuwsgierig naar de vele vogels die ik zou zien (volgens de folder dan toch) en de wandeling op één van de zeven eilanden. Bovendien voelde ik de spanning van een kersverse mama die nog veel eerste keren meemaakt met haar kindje. Zoals nu: het eerste boottochtje van de kleine man. Enkele uren vast zitten op het water, met een hoop vreemde mensen en hopelijk een ventje dat zich niet te erg zou vervelen (want anders zou dit wel op een urenlange huilbui kunnen uitdraaien).

Boottocht Les Sept Îles

Het eiland met de vele vogels

Zoals gewoonlijk viel ook deze eerste keer reuze mee. In het begin was ons kleintje helemaal onder de indruk van het bootje varen en de meisjes die naar hem aan het giechelen waren (blijkbaar zijn ook tienermeisjes fan van ons blond baasje). Hij genoot van de aandacht en keek met zijn nieuwsgierige ogen in het rond. Af en toe gingen we op het dek staan, al was de wind iets te koud en te stevig om er meer dan een sporadisch bezoek van te maken. We stonden bijgevolg niet op de eerste rij toen in de verte het eiland met de grote vogelkolonie naderde.

Ik zou jullie graag meer achtergrondinformatie geven over de kolonie en wat we nu net gezien hebben, want informatie gaf onze praatgrage gids met veel plezier, maar ik heb er echt niets van verstaan. Mijn Frans bleek uiterst gebrekkig. Gelukkig had ik geen extra uitleg nodig om van het uizicht te genieten: zeven groene bergen omgeven door een doorzichtige, blauwe zee en dat ene eiland mooi versierd met honderden witte stipjes die hard begonnen te roepen van zodra onze boot naderde.

We bleven echter wel erg lang rond die ene berg varen, tot het me duidelijk werd dat er niet meer te zien was. Slechts één eiland werd bewoond door een erg grote vogelkolonie, de andere oogden eerder kaal en doods. Gelukkig hadden we de extra lange tocht genomen die een stop maakte op één van de grotere eilanden, dat minder levenloos bleek te zijn dan gedacht.

Op een onbewoond eiland

We maakten een korte maar prachtige wandeling langs hoge rotsige kusten, groene velden en paarse bloemen. En omdat we eerst de kleine man fruitpap hadden gegeven, maakten wij de wandeling toen de rest van de groep al aan zijn terugtocht begon. Even leken we helemaal alleen te zijn. Op een onbewoond eiland, genietend van een stukje puur natuur.

Les Sept Îles

Terug naar de haven

Op de terugweg wist de gids nog steeds van geen ophouden. Dus vaarden we naar de haven met een constant Frans getater op de achtergrond. Bijna aangekomen vertraagde de boot langs het stuk kust dat mijn man en ik in de voormiddag reeds te voet verkend hadden (wat veel beter was dan het nu vanuit een boot te zien). Ik was dus weinig geboeid, maar genoot wel van het uitzicht aan de andere kant van de boot: mijn kleine peuter die in de draagzak tegen papa’s op en neer gaande borstkas lag te rusten en een papa die hier duidelijk van genoot.

De terugkeer van een reiziger

’s Avonds stopte ik de kleinste man in bed, waarna ik me in de zetel nestelde naast mijn grote man. Terwijl ik met mijn altijd koude voeten zijn warme benen streelde, genoot ik van het reisgevoel dat ik voor het eerst sinds lange tijd weer had. Vertaling: ik had het gevoel dat ik die dag iets uniek gezien had en ik mijn levensdoel om de wereld te zien weer dat beetje meer vervuld had. Ik las verder in mijn boek (dat totaal niets met reizen te maken had) en kon intussen niet stoppen met glunderen.

Ann, de reiziger, is helemaal terug! Het is geen Nieuw-Zeeland, maar gelukkig heeft Europa ook heel wat in zijn mars.

Tekst en foto’s: Ann Wouters

Kennen jullie nog van die mooie, unieke plekjes niet zo ver van huis? (Lees: binnen Europa.)

Dionne

Voel jij ook die continue reishonger? Ondanks de drang nieuwe plekken te ontdekken en nieuwe mensen te ontmoeten, ben ik graag zuinig op onze aardbol en fan van duurzaam toerisme. Ik deel graag mijn ervaringen met je!

Vragen? Suggesties? Of jouw reishonger delen?

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Je mag alleen HTML tags en attributen gebruiken:

<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>