Het is mooi om een wensenlijstje te hebben van dingen die je nog wilt doen. In het Engels heet dat een "bucket list". Op mijn lijstje komt relatief vaak een bezoek aan afgelegen eilanden voor. "Hopen" stond er ook op.

Rondom Spitsbergen zijn meerdere eilanden die men kan bezoeken per schip. De meest in het oog springende voor mij zijn Amsterdamoya (“oya” is eiland in het Noors) en Yttre Norskoya (vroeger Zeeuwsche Uijtkijk) in de noordwesthoek. Ook Phippsoya en Parryoya in het noordoosten behoren tot de voor mij meer fascinerende eilanden in de archipelago. Sinds kort staat Halvmanoya (Halvemaanseiland) ook op mijn lijstje maar tot nu toe heb ik het nog slechts gezien. Landen op een eiland is dan ook het doel, natuurlijk.

Hoger dan Nederland, kleiner dan Schiermonnikoog

Zeilschip Antigua

Zeilschip Antigua

Hopen is ook zo’n eiland in de groep rondom Spitsbergen. Het is wat betreft grootte even groot als Schiermonnikoog, al is het hoogste punt met zo’n 370 m iets hoger dan dat van Nederland. Het eiland valt vooral op doordat het zo langgerekt is: 33 km lang en zo’n 2 km breed. Er wonen vier mensen. Het staat al op mijn lijst sinds ik de eerste keer naar Spitsbergen voer.

Geschiedenis in een paar zinnen

De geschiedenis valt ook in enkele zinnen te vertellen: het werd in 1613 ontdekt en naar een schip vernoemd. Er zijn ontzettend veel ijsberen zodat berenjacht er al honderden jaren plaatsvindt (tot het Noorse moratorium in 1975). Af en toe overleven er schipbreukelingen, de grootste groep tijdens de Tweede Wereldoorlog toen een Sovjet-schip in de buurt tot zinken werd gebracht. Ze leefden een hele winter in de buurt van een Duits weerstation, zonder dat de beide groepen van elkaars bestaan op de hoogte waren.

Later namen de Noren het weerstation over. In de jaren ’70 stortte een Soviet-vliegtuig neer op het eiland waarna er met het sturen van oorlogsschepen werd gedreigd om toegang tot de plek van de crash te krijgen. Het voorval liep met een sisser af. Tegenwoordig komt de Noorse kustwacht een paar keer per jaar met voorraden en daarbovenop enkele toeristenschepen per jaar.

Onderweg naar Hopen

Het eiland Hopen bij Spitsbergen

Hopen is even groot als Schiermonnikoog

Omdat het weer mee leek te werken en Andreas als expeditieleider zeer graag weer eens een bezoek wilde brengen, zijn we op 22 augustus 2014 met de Antigua op weg gegaan vanaf de Tusenoyane-groep richting Hopen. Wanneer ik om 4 uur ‘s morgens de wacht overneem is het eiland al in zicht, maar nog op enkele tientallen kilometers afstand. We motorzeilen met de Antigua, maar het weer lijkt wat omgeslagen. Het waait stevig uit het noorden en de westkust vormt een lagerwal dus landen aan die zijde lijkt uitgesloten. Om 5 uur maak ik kapitein Joachim wakker en vraag of ik het schip om de noord kan brengen om de oostzijde aan te kunnen lopen. Hij stemt toe en ik bras de ra’s om wat hoger aan de wind te kunnen varen. Rond kwart voor 6 in de ochtend passeer ik de riffen aan de noordkust.

Er staat een aanzienlijke stroming en het is zaak om afstand te houden tot de kust vanwege de vele ondieptes. Op de kaarten die we hebben staat ook niet ontzettend veel informatie dus houd ik een veilige afstand van 0,5 mijl aan. Dat staat ook zo in de Noorse loodsboeken. Af en toe breekt de zon door en het is schitterend om het eiland in z’n volledige lengte voor me te zien. Ik ben ook de enige die het ziet, want er is verder niemand wakker.

Walvissen bij Hopen, Spitsbergen

Walvissen

Een paar uur later gooien we het anker uit en landen we de groep met rubberen Zodiacs op een strandje. Mijn wacht zit erop en ik ga wat rusten. Als we ‘s middags verder varen richting het weerstation zien we walvissen in de verte voor de kust. Het wordt een van de meest gedenkwaardige waarnemingen van bultruggen vanaf de Antigua ooit.

Meteorologisch station

Weerstation op Hopen bij Spitsbergen

Op de foto op Hopen

Na de waanzinnige ervaring met de walvissen leggen we het anker neer bij het meteorologisch station van Hopen. Daar landt de groep aan voor een bezoek aan de vier mannen die hier een half jaar wonen. Ze laten iedere dag een weerballon op en verzorgen meteorologische data. Ik volg na een tijdje en spreek langere tijd met de stationsleider. Omdat ik op Bereneiland al lid ben geworden van de Nakebadenforening (naaktzwemclub) wil ik hier ook absoluut het water in. Dat kan en samen met Birgit ren ik enthousiast het water in voor een relatief koude duik. Met 4,8 graden boven nul is het niet echt tropisch maar ook niet arctisch te noemen. Toch volstaat een kop onder water waarna we ons weer snel afdrogen. Nu hoeft alleen Jan Mayen’s Nakebadenforening nog te volgen om me echt volleerd arctisch bader te mogen noemen.

Krachtpatser Tyson

Op het station woont ook een bijzondere hond, Tyson. Krachtpatser Tyson is een Groenlandse hond en een halfbloed wolf. Een zeer sterke hond met krachtige poten en geweldige kaken. Hij heeft al talloze malen met ijsberen gevochten, waar er bijzonder veel van rondlopen in de winters. Vanwege de steile heuvels is het eiland zeer geschikt voor zwangere beren om het winterhol te graven en de jongen te werpen. Er worden er velen gezien en velen komen met Tyson in aanraking.


We knuffelen wat met Tyson voordat we weer in de bijboten stappen. De honden zitten het hele jaar door aangelijnd aan hun hondenhok, zoals ik in meer arctische gebieden heb gezien. In principe komen ze niet binnen in huis, ook niet bij -30 graden. Toch blijkt ook zo’n stoere vechtjas als hij bijzonder aanhankelijk en dol op wat gezelschap. Mijn trui zit nog steeds onder z’n haren.

Walvisvaarders

Een avondlanding op Koefoedodden in het zuiden van Hopen, waar een oude vervallen hut en resten van Hollandse traanovens te vinden zijn, volgt na het avondeten. Verschillende groepen walvisvaarders hadden hier in de 18e eeuw een kleine basis waar walrussen en walvissen werden geslacht. De olie werd in vaten gedaan om in Europa als brandstof te dienen. Veel is er niet te zien, je moet zelfs goed kijken om iets van vormen te ontdekken in het gras. Maar wanneer je eerder traanovens hebt gezien dan herken je het materiaal: kleine gele bakstenen die door het hete vet zijn versmolten met de omliggende kiezels en zand.

Het is een prachtige avond en het is zelfs mogelijk je voor te stellen dat het hier af en toe nog wel eens aangenaam heeft kunnen zijn. Ons bezoek is in ieder geval geslaagd en mijn lijstje is weer ietsje korter geworden.

Tekst en foto’s: Maarten van der Duijn Schouten

Martijn

Digital Storyteller, Off-The-Beaten-Path Traveller & Adventure-seeker never far from a camera, bacardi and coffee. Let's cheers and see the world!

Vragen? Suggesties? Of jouw reishonger delen?

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Je mag alleen HTML tags en attributen gebruiken:

<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>