Beijing – De Verboden Stad (Heen en Onweer deel 13)

Vandaag gaan we naar de Verboden Stad. Om daar te komen moeten we vanaf ons hotel eerst dwars door een hutong heen, dus dat is al meteen een interessante wandeling. We banen ons een weg door een wirwar van telefoonpalen, stroomdraden, kleine winkeltjes, restaurantjes en massa’s bedrijvige Chinezen. Erg hectisch en mooi om te zien.

Rapper Def P maakt met zijn vrouw Fenske een wereldreis per trein over het noordelijk halfrond. Zijn avonturen heeft hij opgeschreven in het boek Heen en Onweer en zijn deels op onze site te lezen. In dit deel is Def P met de Peking Express aangekomen in Beijing, waar hij onder meer de Verboden Stad bezoekt. Dit keer schrijft Def P over het bezoeken van de hoogtepunten in Beijing, gedoe met eetstokjes en de Chinese Muur.

De Verboden Stad

Op weg naar de Verboden Stad komen we uit bij het Plein van de Heilige Vrede, dat de meeste westerlingen kennen van de beroemde televisiebeelden van de Chinese student die met een plastic tasje een tank probeerde tegen te houden. In het verlengde daarvan ligt een groot, rechthoekig terrein genaamd Palace Museum, beter bekend als de Verboden Stad. Hier regeerden de laatste keizers van China en mag je tegenwoordig een wandeling maken door alle imposante tuinen en paleizen.


Beijing - De Verboden Stad

Als we in de rij staan, komen we Lisette en haar moeder toevallig tegen. Omdat we goed met hen op kunnen schieten, besluiten we spontaan om met zijn vieren de paleizen te bekijken. Het complex van de Verboden Stad is zo gigantisch, dat we daar wel een paar uur zoet mee zijn. Na afloop drinken we wat bij een backpackerscafé in ‘onze’ hutong. Het is echt leuk om daar op een terrasje te zitten en al die bedrijvige Chinezen voorbij te zien komen. Vroeger had ik best begrip voor het cliché van veel Europeanen dat ‘alle Chinezen op elkaar lijken’. Maar nu ik er een tijdje tussenzit, ga ik steeds beter de vele subtiele verschillen zien. Bijzonder eigenlijk dat we nu zo’n enorm eind van huis zijn zonder te vliegen. Veel oostelijker dan dit wordt het niet.

Beijing - De Verboden Stad

Worstelen met eetstokjes

In de loop van de avond eten we weer lekker avontuurlijk. We komen bij een restaurant terecht waar we zelf ons eten moeten koken in een soort soeppan. Dat brengt nogal wat hilarische taferelen teweeg. We worstelen meteen met vragen als: “Hoe lang kook je dit?” en “hoe krijg je die glibberige dingen te pakken met stokjes?” Het halve personeelsbestand begint zich met ons te bemoeien en de uitsluitend Chinese gasten aldaar beginnen allemaal naar ons te staren. Waarschijnlijk hebben ze nog nooit een stel westerlingen zo moeilijk zien doen bij handelingen die voor hen dagelijkse routine zijn.

Ik loop minutenlang te klooien om met mijn stokjes een soort aalgladde envelopjes van deeg te pakken te krijgen en de Chinezen vinden het hilarisch

We zien steeds meer gasten elkaar aanstoten en lachend naar ons kijken. We krijgen er zelf ook een beetje de slappe lach van. Ik loop minutenlang te klooien om met mijn stokjes een soort aalgladde envelopjes van deeg te pakken te krijgen en de Chinezen vinden het hilarisch. Onze pogingen brengen nu massaal schaterlachen teweeg. Ik begin steeds meer het gevoel te krijgen alsof we een stel ingehuurde clowns zijn. Op een gegeven moment ben ik het geklooi zat en prik mijn stokjes dwars door de envelopjes heen. De toekijkende Chinezen beginnen spontaan te klappen en te juichen om deze actie. Alsof ze een aap een kunstje zien doen.

Waarschijnlijk kenden ze die nog niet. Fenske komt nu ook niet meer bij. “Is zo ooit de vork uitgevonden?” roep ik met mijn voer aan de stokjes geregen. Best knap voor zo’n witte aap! We hebben eigenlijk zelden zo gelachen tijdens een etentje. En dat voor een Chinese prijs. Qua entertainment had deze hele avond van mij wel een prijs mogen winnen.

Puur voor de muur

Deze ochtend rijden we om half negen richting de Chinese Muur. We hebben via het hotel een soort privé-taxi geregeld die ons keurig komt ophalen. Dit is eigenlijk nog best grappig, omdat er voor ons hotel een rare situatie ontstaat. Er zijn daar meerdere Nederlanders op vervoer aan het wachten, waaronder een paar oudere mensen die ook bij ons in de trein zaten. Hele leuke mensen overigens. Twee jonge jongens, die mij al herkend hebben, doen een mislukte poging tot stoer doen. Ze beginnen hardop te roepen hoe suf het is om met zijn allen in een toeristisch busje met bejaarden naar een toeristische attractie te gaan. Zij hebben tenminste een eigen taxi geregeld en blablabla…

Wat ze niet weten is dat er inderdaad een taxibusje is geregeld voor de hele groep, en dat Fenske en ik juist nadrukkelijk om privévervoer hebben gevraagd. Ik ga dus niet op hun lullige praatjes in en wacht rustig af. Even later komt er een busje en een mooie zwarte personenauto aangereden. Je had hun zure bekken moeten zien als blijkt dat juist zij met de ‘bejaarden’ mee het busje in moeten! Speciaal voor ons worden de deuren van de privé-auto hoffelijk opengehouden. Voor ik instap, roep ik nog even: “Veel plezier met zijn allen!” Schitterend, die zure gezichten. Achteraf hoorden we dat deze gasten zo baalden van alles, dat ze de volgende dag halsoverkop naar Schiphol zijn teruggevlogen. Misschien was er dus wel meer aan de hand, maar whatever. Genoeg over die zuurpruimen.

Klimmen op de Chinese Muur

We zijn nog maar net vertrokken of het schiet me opeens te binnen dat ik met mijn onuitgeslapen kop onze gloednieuwe camera onder de tafel van de ontbijtzaal heb laten staan. Gelukkig is onze chauffeur een hele relaxte kerel. Hij vind het geen probleem om meteen weer terug te rijden. Als ik even later de ontbijtzaal weer in kom, weten de serveersters al waarvoor ik kom. Zonder dat ik iets hoef te zeggen, krijg ik de camera al aangereikt. Wat een opluchting! Ik wil de dames bijna omhelzen. Ik bedank ze en ren blij terug naar Fenske. Hierna beginnen we een pittige rit van ongeveer twee uur rijden naar de Chinese Muur.

Als we bij de muur aankomen, moeten we in een rij aansluiten voor kabelliftjes naar de top van de berg. Ik merk dat Fenske steeds zenuwachtiger wordt en dat ze het eigenlijk helemaal niet zit zitten om in dat liftje te stappen. Ik stel voor om te lopen. Tot haar grote opluchting gaan we op zoek naar een looppad, dat we al snel vinden. Het blijkt nog een aardige klim te zijn die alle moed vergt van Fenske. Ze vindt het minder eng dan de kabelliftjes, maar nog steeds niet relaxed. Gelukkig is het wel een hele mooie route, maar ze kijkt liever omhoog en durft niet van het uitzicht te genieten. Als we eindelijk de bergtop naderen, moeten we een trap op, door een poortje heen, en dan staan we uiteindelijk op de Chinese Muur.

De Chinese Muur

Alles gaat zo snel deze reis dat we ons af en toe amper realiseren hoe ver we al zijn. Maar we staan nu toch echt op de Chinese Muur! Ik vind het persoonlijk een geweldig moment, maar Fenske is alleen maar aan het zweten en puffen van angst. De Chinese kant, waar we net op zijn geklommen, valt nog wel mee. Maar de Mongoolse kant van de berg loopt aardig steil naar beneden. Het is wel duidelijk dat een leger hier nooit tegenop kon marcheren. En als het aan Fenske ligt, marcheren wij nu ook meteen aan de Chinese kant weer naar beneden.

Maar we hebben vanaf het hotel ongeveer drie uur gereisd om op deze muur te staan, dus ik wil er minstens drie minuten op lopen. Ik haal Fens over om in ieder geval even op de foto te gaan om dit bijzondere moment vast te leggen. Lachend als een boer met kiespijn gaat ze op de foto en even later staan we weer naast de muur. Klaar om weer een uur af te dalen en twee uur terug te rijden naar Beijing. Een beetje vreemde tijdsverhouding misschien, maar we hebben er toch maar mooi even gelopen! Met bewijs op de gevoelige plaat. Ik ben allang blij dat ik haar de berg op heb gekregen. Weer een grote overwinning voor mijn lieve, bange vrouw.

Het centrum van Beijing

Eenmaal terug in het centrum van Beijing gaan we in een bijzonder winkelcentrum kijken. We beginnen in een splinternieuwe en prestigieuze Chinese variant van de PC Hoofdstraat, met idioot hoge prijzen voor Chinese maatstaven. Waarschijnlijk levert het westerse shoppen toch genoeg op hier, want vlak achter deze straat is al een heel bouwterrein te zien waar ze nog zo’n straat aan het maken zijn in dezelfde stijl. Een soort westers merkenwalhalla met een San Francisco-achtig kabeltrammetje dat er doorheen rijdt. Poepchic allemaal. Het grappige is dat als je het straatje uitloopt, je weer in zo’n typisch Chinese buurt komt met een enorme overdekte hal met allerlei goedkope rommelwinkeltjes. Een soort Zwarte Markt van Beverwijk, maar dan met ‘echte Chinezen’.

Reizen is ontdekken

Het is weer een gezellige chaos met veel betere prijzen, maar ook een hoop troep. Eigenlijk doen de prijzen er niet eens toe, want we hebben niets nodig. Het is meer een beetje rondkijken. Hoewel: ik heb eigenlijk een riem nodig, maar kan de Chinese maatjes amper om mijn middel heen krijgen. Voor het eerst van mijn leven ben ik ergens te dik voor! We houden de winkels gauw voor gezien en gaan weer terug naar ‘onze’ hutong voor een portie authentiek Chinees eten.

Chinees eten

Chinese tenten waar je blanke toeristen ziet zitten zijn meestal al spotgoedkoop, maar als je naar een tent gaat waar alleen maar Chinezen zitten, dan kun je daar samen voor een totaalbedrag van drie euro je buik vol eten en drinken. Een gat in de markt voor ‘obesitours’. We vinden het eten zo extreem goedkoop, dat we als fooi zowat het dubbele betalen. Ons is door ervaren reizigers verteld dat Chinezen het begrip ‘fooi’ niet altijd begrijpen of zelfs waarderen, maar we hebben het tot nu toe bijna overal gedaan en krijgen van iedereen een grote glimlach. Ik begin ook steeds meer sympathie te krijgen voor dit vreemde hardwerkende volk. Zelfs hun ongegeneerde gerochel, geboer, gespuug, geruft en gesnurk dat ze overal in het openbaar doen, begint te wennen en is soms erg lachwekkend.

Dit volk is soms bijzonder schaamteloos, maar ook erg vriendelijk en gezellig. En ze houden van eten! Mijn buik wordt er niet dunner van op deze trip. En dat terwijl we toch aardig wat kilometers lopen op dit soort dagen. Er zijn openbare vervoersmogelijkheden en taxi’s genoeg hier, maar als je loopt zie je toch een stuk meer. En het weer is hier perfect voor wandelingen. Je kunt ook merken dat ze hier al stukken beter autorijden dan in Mongolië. Ze zijn hier duidelijk meer gewend aan alle drukte. Toch zou ik hier zelf niet graag achter het stuur kruipen. Een ongeluk zit in een klein hoekje en een botsing kan je hele reis verknallen.

De andere helft van dit hoofdstuk is te lezen in het boek Heen en Onweer van Def P, waarin de avonturen van zijn wereldreis worden gekoppeld aan verhalen uit het leven van Def P. Behalve de landen en gebieden die hij aandoet tijdens zijn treinreis (Duitsland, Polen, Wit-Rusland, Rusland, Siberië, Mongolië, Tibet, China, Japan en Canada) bevat het boek ook bijzondere uitstapjes naar onder meer het Cuba van Fidel Castro, een Bosnië in puin, het Spanje van de toeristen, de achterbuurten in de VS begin jaren ’90 en de sloppenwijken van Zuid-Afrika.

Def P

Vragen? Suggesties? Of jouw reishonger delen?

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Je mag alleen HTML tags en attributen gebruiken:

<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>