De vijf stappen naar jouw ideale e-bike

Ik ga het gewoon doen! Dat dacht ik zes jaar geleden toen ik in eerste instantie lang twijfelde om een e-bike aan te schaffen. De dagelijkse woon-werk rit met de auto begon me steeds meer tegen te staan. De alsmaar toenemende drukte op de weg zorgde voor veel stress. Maar eigenlijk was met name de "druk" die ik dagelijks voelde om vooral vóór de spits de weg op te gaan een steeds grotere reden om me te doen beseffen dat dit voor mij niet meer de manier was waarop ik mijn woon-werk afstand wilde overbruggen. Ik ging op zoek naar alternatieven. Openbaar vervoer? Kan, maar ruim een verdubbeling van de reistijd zag ik toch niet zitten. En de fiets dan? Die 24 km tussen Breda en de Efteling moet toch te doen zijn! Maar elke dag bezweet op het werk aankomen was ook geen fijn idee. De ultieme oplossing? Een e-bike! En wat een fantastische oplossing bleek het te zijn!

Van filestress naar keuzestress!

Bij het zoeken naar jouw ideale e-bike raak je al snel compleet verdwaald in het woud aan merken, motoren en versnellingen. Maar, geen paniek! Ik ga je helpen. Ik ben inmiddels aan mijn vierde e-bike toe en weet waar je op moet letten bij de keuze van een elektrische fiets die helemaal aansluit bij jouw specifieke behoeften en verwachtingen. Maar los van dit alles moet de fiets je veel plezier en vrijheid geven. Want je hebt al veel te lang chagrijnig in de auto gezeten, toch?

Wilhelminakanaal tussen Dongen en Oosterhout

Welke file?

Stap 1: kies voor snel of heel snel

Het kan je niet ontgaan zijn, dat de “turbo variant” van de e-bike, de “speed-pedelec” veel in het nieuws is geweest. Zowel positief (dé oplossing tegen files) als negatief (gevaarlijk!). In beide gevallen hoor je vooral heel veel meningen van mensen die er totaal geen verstand van en ervaring mee hebben. Wat is een speed-pedelec nou precies? Heel simpel: een e-bike die maximaal 45 km/u kan rijden. Terwijl een “gewone” e-bike bij ongeveer 25 km/u stopt met ondersteunen, trekt de motor van de speed-pedelec nog even door. Sinds 2017 wordt de speed-pedelec voor de wet als bromfiets gezien en moet je dus o.a. een helm op, moet je een geel kenteken hebben en een WA-verzekering. De belangrijkste regel echter, rijden op de rijbaan of het bromfietspad, is bij veel speed-pedelec berijders in het verkeerde keelgat geschoten. Wat mij betreft terecht. De cruciale denkfout, of eigenlijk: gebrek aan kennis en ervaring met het onderwerp, die gemaakt is bij het invoeren van deze regel is het idee dat je constant 45 km/u rijdt. Bij de meeste speed-pedelecs moet je echt veel kracht zetten om deze snelheid continue aan te houden en daarom is een gemiddelde van zo’n 35 km/u een realistischer snelheid. Daarom is het juist levensgevaarlijk om tussen het bromfiets- en autoverkeer op de weg te rijden. Ik heb het tijdens een testrit met een speed-pedelec één keer geprobeerd. En dat was ook gelijk de laatste keer. Op een weg waar een maximale snelheid van 50 km/u geldt, reed ik met 45 km/u over een smal viaduct tussen de auto’s en werd continue ingehaald op plekken waar dat eigenlijk niet verantwoord was, in verband met tegemoetkomend verkeer. Wat mij betreft is het fietspad de enige juiste plek voor alle types fietsen en gaat het er vooral om dat je elkaar de ruimte geeft en anticipeert. Ik denk dat slingerende en met het mobieltje klooiende scholieren, bakfietsen die driekwart van het fietspad innemen en met 75 km/u over het fietspad rijdende scooterterroristjes een veel groter veiligheidsrisico betekenen dan speed-pedelec rijders die hun dagelijkse woon-werkrit op een ontspannen en milieuvriendelijke manier willen afleggen.

De keuze voor een “normale” e-bike of een speed-pedelec hangt wat mij betreft af van drie dingen: je reisafstand, je route en je portemonnee. Is je reisafstand langer dan zo’n 25 km en leent de weg die je rijdt zich voor een wat hogere snelheid? En, niet onbelangrijk, heb je er wat meer geld voor over? Overweeg dan zeker de speed-pedelec. Met de komst van steeds meer “fietssnelwegen”, het steeds meer gewend raken van de overige verkeersdeelnemers aan dit soort fietsen én de veelal “gedogende” houding van de politie als je voor je eigen veiligheid ergens juist voor het fietspad kiest, geven mij het vertrouwen dat de speed-pedelec een goede keuze kan zijn. Mijn volgende e-bike is in ieder geval wel een speed-pedelec, omdat ik persoonlijk net dat beetje extra snelheid, en dus een kortere reistijd, prettig vind.

Fietssnelweg tussen Tilburg en Waalwijk

Fietssnelweg tussen Tilburg en Waalwijk

Stap 2: kies je type fiets

Het aantal soorten e-bikes is de afgelopen jaren explosief gegroeid. Als je online op zoek gaat, kom je naast de traditionele stadsfietsen, mountainbikes en racefietsen ongetwijfeld ook de “cross hybrids”, “touring bikes” en “urban explorers” tegen. Flashy benamingen, maar ze maken de zoektocht er niet bepaald eenvoudiger op. Je kan wel zeggen dat de fietsbranche qua trendy marketingtermen niet stil heeft gezeten 🙂 Om het wat eenvoudiger te maken heb ik alle e-bikes die wat mij betreft vooral geschikt zijn voor woon-werk verkeer ingedeeld in drie soorten: stadsfietsen, tourfietsen en sportfietsen.

Een stadsfiets kies je als je een afstand tot zo’n 10 kilometer aflegt. Dit type fiets is meestal ook het goedkoopst. Geen poespas, gewoon een eenvoudige en degelijke fiets, met een rechtop zittende fietshouding, een degelijke bagagedrager en een maximum snelheid van 25 km/u.

Een tourfiets kenmerkt zich door een wat meer naar voren gebogen, sportievere fietshouding, luxere materialen en dus ook een hogere prijs. Belangrijkste kenmerken zijn toch wel dat ‘ie geschikter is voor langere afstanden en dat je ‘m ook heel goed kunt gebruiken voor recreatieve ritten in het weekend. In zowel de “normale” als de speed varianten vind je hier toch wel het grootste aanbod. Tip: vaak vind je deze fietsen onder het type “hybrid” of “trekking”. In dat laatste geval betreft het dan fietsen die ook speciaal geschikt zijn om bijvoorbeeld mee op fietsvakantie te gaan.

Houd je vooral van heel sportief fietsen? Kies dan voor een elektrische racefiets of mountainbike. Deze kunnen een erg leuke keuze zijn als je wat gravelwegen of bospaden kan meenemen tijdens je woon-werk rit en ook in je vrije tijd een sportieve fiets wilt hebben om mee te knallen.

Een goed startpunt in je zoektocht naar de ideale e-bike is Mantel. Vergelijk het enorme aanbod aan elektrische fietsen online en ga vervolgens langs in één van de vestigingen voor een uitgebreide proefrit.

Scott e-silence Evo

Mijn huidige e-bike: een “tourfiets”

Stap 3: kies het type motor

Ook hier even terug naar de basis: je kan kiezen uit een motor in je voorwiel, in je achterwiel of in het midden (gekoppeld aan je trapas).

Voorwielmotor
E-bikes met een voorwielmotor zijn vaak relatief goedkoop. Ze hebben (behalve een simpele rotatiesensor zodat de motor weet dat je begint te trappen) niet allemaal ingewikkelde sensoren om bijvoorbeeld de kracht die je op de trapas uitoefent te meten en daarop de ondersteuning aan te passen. Dat heeft daarom gelijk ook nadelen. De ondersteuning is niet zo gevoelig (heel zwart-wit gezegd: aan of uit) en de kans dat het voorwiel wegglipt in een bocht is groter. Een fiets met een voorwielmotor kan alle soorten versnellingen hebben. Daar kom ik zo op, in stap 4.

Voorwielmotor

Voorwielmotor

Achterwielmotor
Ook bij e-bikes met achterwielmotoren is de ondersteuning niet zo gevoelig, maar daar staat tegenover dat “het duwtje in de rug” vaak als prettig wordt ervaren. Ook is de kans op een valpartij als gevolg van een wegslippend wiel veel kleiner dan bij een voorwielmotor. Met het achterwiel stuur je immers niet. Omdat de motor in het achterwiel geïntegreerd is, is een naafversnelling meestal niet mogelijk. Je zit dus in bijna alle gevallen vast aan de derailleurversnelling en die heeft nu eenmaal meer onderhoud nodig. Maar er zijn genoeg e-bikers die niets anders willen dan zo’n type versnelling. Kwestie van smaak en de bereidheid om regelmatig onderhoud te plegen aan je bike.

Middenmotor
Ik ga je iets bizars vertellen wat je echt niet verwacht: deze motor zit in het midden. Verbonden aan je trapas zorgt deze motor voor de meest natuurlijke rijervaring. Door middel van een groot aantal sensoren, berekent de software van de motor wat op dat moment het meest ideale ondersteuningsniveau is. Voor mij is dit de ideale motor, omdat je zelf ook nog lekker actief mee kan trappen. Bij fietsen met een voor- of achterwielmotor heb ik dat gevoel minder. Dat heeft vooral te maken met het feit dat deze motor veel subtieler werkt. Dus niet “aan of uit”, maar goed gedoseerde ondersteuning. Daarnaast zorgt deze motor door de plaatsing in het midden voor een goede gewichtsverdeling van de fiets, is ‘ie veelal zuiniger en zijn alle types versnellingen mogelijk. De motoren die je het meeste tegenkomt zijn die van Bosch, Brose, Bafang, Shimano en Yamaha. Ik heb zelf alleen ervaring met Bosch en Brose en bij elkaar opgeteld heb ik enkele tienduizenden kilometers met deze motoren gereden en nog nooit een storing gehad. Brose heeft mijn lichte voorkeur, omdat deze wat stiller, soepeler en krachtiger is dan Bosch. Bosch is echter de marktleider en het is wel een groot voordeel dat daarom praktisch elke e-bike dealer verstand heeft van dit systeem en ook de support van Bosch richting de dealer erg goed is. Dus mocht er toch een keer een storing optreden, dan zal dit in de meeste gevallen snel verholpen kunnen worden. Overigens zijn e-bikes, net als auto’s, tegenwoordig eigenlijk rijdende computers, dus een storing zal negen van de tien keer in de software zitten.

Stap 4: kies het type versnelling en de aandrijving

Wat mij betreft net zo’n belangrijke keuze als die van het type motor. De voorkeur voor het type versnelling is vooral heel persoonlijk en heeft onder andere te maken met het onderhoud dat je bereid bent te doen, de mate van schakelgemak en ook hier weer: wat je bereid bent te betalen. Grofweg zijn er maar twee verschillende systemen: derailleurversnelling en naafversnelling. Simpel gezegd: een derailleurversnelling is altijd met een ketting en tandwielen bij de trapas en in het achterwiel. Een naafversnelling zit altijd in het achterwiel en kan gecombineerd worden met een ketting of een riem. Een riem?! hoor ik je bijna wanhopig naar je scherm schreeuwen, terwijl je misschien nu wel in de file stilstaat, dit artikel leest en dacht dat je eindelijk alle ins-and-outs van e-bikes inmiddels wel doorhad. Klopt, een riem! Wat mij betreft de beste uitvinding sinds een boterham met roomboter en pindakaas. Mijn huidige e-bike heeft een riem en ik wil nooit meer terug naar een ketting. Behalve af en toe eens een keer wat vuil van de belt afspoelen, heeft deze nooit onderhoud nodig.

Er waren tot ongeveer een jaar geleden twee makers van fietsriemen: Continental (Continental Belt Drive) en Gates (Gates Carbon Drive). Daarvan is alleen de laatste overgebleven en de kwaliteit van deze riem is fantastisch. Er zijn al e-bikers die rond de 30.000 km hebben gefietst zonder de riem te vervangen. Overigens is het een goed besluit geweest van Continental om de Belt Drive niet meer te produceren, want een aantal maanden na de introductie werd bekend dat de riemen nogal eens de neiging hadden om te breken. En dat klopt, want ook ik stond na slechts enkele maanden met een gebroken riem (en hart) stil in Dongen, op 20 kilometer van huis. Mijn gevloek was waarschijnlijk tot in het hoofdkantoor van Continental in Hannover te horen, want vrij snel daarna is de productie gestaakt. Kan geen toeval zijn, toch? Inmiddels is deze riem op mijn fiets vervangen door de Gates en sindsdien heb ik geen problemen meer gehad.

Derailleurversnelling

Derailleur

Derailleurversnelling
Over het algemeen zijn fietsen met derailleur wat lichter en goedkoper dan die met een naafversnelling. Het “schakelbereik” is groter, wat inhoudt dat de lichtste en zwaarste verzetten wat verder uit elkaar liggen, waardoor je trapsnelheid in alle situaties comfortabel kan blijven. Het heeft ook een hoog rendement, wat inhoudt dat er weinig “energieverlies” plaatsvindt en dat heeft een gunstige invloed op de accuduur. Omdat het systeem niet afgesloten is, komt er snel vuil op de ketting en tandwielen, waardoor er relatief veel onderhoud nodig is (schoonmaken en smeren). Het systeem is daardoor ook slijtagegevoelig. Verwacht toch wel eens in de paar duizend kilometer een vervanging van de ketting en misschien zelfs wel van de hele tandwielset. Sommige mensen kunnen niet goed omgaan met een systeem waarbij er zowel voor- als achter geschakeld moet worden. Je moet dan steeds in de gaten houden dat je zowel voor als achter het juiste tandwiel kiest, voor een zo optimaal mogelijke versnelling. Rijd je bijvoorbeeld vaak in het kleinste tandwiel aan de voorkant én achterkant, dan staat de ketting scheef en is de slijtage nog groter.

Naafversnelling
Aan een naafversnelling hoef je zelf geen onderhoud te plegen (want is altijd afgesloten van stof en vuil), is zeer gemakkelijk te bedienen en zit altijd in het achterwiel. Er zijn veel verschillende soorten, maar ook hier zijn er eigenlijk maar twee hoofdgroepen: trapsgewijs schakelen of traploos. Die eerste is te vergelijken met een derailleurversnelling: in stappen schakel je omhoog of omlaag. Over het algemeen zijn die stappen met een trapsgewijze naafversnelling wat groter, omdat de meest gangbare tot maximaal 11 versnellingen gaan, terwijl je bij een derailleur vaak wel tot zo’n 24 versnellingen tot je beschikking hebt (drie tandwielen bij de trapas, acht tandwielen in het achterwiel). Dat zorgt ervoor dat de verschillen tussen elke “versnellingsstap” bij een naafversnelling groter zijn. Dat kan ervoor zorgen dat je nét niet die versnelling kan kiezen die het beste bij het terrein en je trapsnelheid past. Je zult vrijwel uitsluitend het merk Shimano tegenkomen, met de populaire Nexus (maximaal 8 versnellingen) en Alfine (8 of 11 versnellingen) naven. Die laatste is de “luxere” en dus duurdere variant. Tenslotte noem ik hier nog de Rohloff naaf. Deze naaf met 14 versnellingen wint steeds meer aan populariteit, maar is vooralsnog alleen aanwezig op fietsen in het hoogste (lees: duurste) segment. Het systeem heeft de voordelen van de kleine versnellingsstapjes en efficiënte overbrenging van een derailleur én de voordelen van de naafversnelling: weinig onderhoud en vrijwel slijtagevrij.

Persoonlijk ben ik zeer te spreken over de traploze naafversnelling. Omdat er geen “overgangen” zijn tussen versnellingen, is dit de meest soepele en eenvoudige manier van schakelen. Met een draaiknop kies je, zelfs stilstaand, jouw ideale versnelling. De keuze voor het merk is hier eenvoudig, want er is er maar één; Enviolo (let op: je komt ze ook nog vaak tegen met de oude naam: NuVinci). Deze naaf is in slechts een paar jaar tijd enorm populair geworden en ze worden steeds meer toegepast op met name stads- en tourfietsen. Mijn huidige e-bike heeft dit systeem (evenals mijn vorige) en het systeem heeft me nog nooit in de steek gelaten. De Enviolo naaf heeft een handmatige en een automatische variant. Bij die laatste stel je simpelweg je trapsnelheid (trapfrequentie) in en het systeem schakelt de gehele rit zelf omhoog of omlaag, zodat je in alle omstandigheden dezelfde trapsnelheid kan aanhouden. Mijn huidige e-bike is de tweede die ik heb met dit automatische systeem en ik ben er zelf niet volledig tevreden mee. Soms “verloopt” de versnelling, waardoor je langzamerhand steeds sneller moet trappen, terwijl je zelf de trapfrequentie niet hebt aangepast. Af en toe resetten (kan je zelf via de bedieningsknoppen) “does the trick”, maar dit zou natuurlijk niet moeten. Inmiddels schijnt dit in de nieuwste versies wel goed te werken, maar voor de zekerheid heb ik voor mijn nieuwe e-bike, die over enkele weken wordt geleverd, toch maar gekozen voor de handmatige variant.

Scott e-bike met NuVinci Harmony, belt en Brose middenmotor

NuVinci Harmony, middenmotor en riemaandrijving

Stap 5: ga toch fietsen!

De belangrijkste stap! Maak meerdere, lange(!) proefritten en probeer veel verschillende types fietsen uit. Let daarbij vooral op de zithouding (vind je rechtop of juist wat meer gebogen zitten prettig?). Test de kracht van de remmen, de soepelheid en het geluid van de motor en het comfort van het type versnelling. Dat kleine rateltje in de versnelling of het zachte gezoem van de motor kán na honderden kilometers gaan irriteren. Een fiets zonder enige vering in bijvoorbeeld het zadel of de voorvork kan prima zijn als je alleen maar op gladde asfaltwegen rijdt. Maar dat is helaas vaak niet zo, dus pak tijdens je testritje ook verschillende soorten ondergrond mee.

En dan nog even dit…

Eigenlijk weet je het al wel, toch? Je wilt voortaan naar je werk gaan fietsen! Laat je dan vooral niet tegenhouden door het weer (in tegenstelling tot wat je misschien denkt, regent het bijna nooit). En door die collega’s die “fietsen met een e-bike maar lui vinden”. Je kan volgens hen blijkbaar maar beter zonder enige beweging elke dag in de file aansluiten en uitlaatgassen opsnuiven. Ook financieel kan het je voordelen opleveren. In mijn geval: auto verkocht en door het wegvallen van de afschrijving, benzine- en onderhoudskosten een dag minder kunnen gaan werken. Omdat bij de meeste werkgevers je reiskostenvergoeding gelijk blijft, verdien je je fiets vanzelf weer terug. Twijfel je toch nog om überhaupt een e-bike aan te schaffen? Huur er dan gewoon eentje voor een week en rij er een aantal keer mee naar je werk. Probeer verschillende routes uit en ervaar de vrijheid, de frisse lucht en de ontspanning na elke rit. Veel (fiets)plezier!

Heb je nog vragen of opmerkingen? Laat het me weten door een reactie achter te laten.

John

Dol op stedentrips, attractieparken en treinreizen. Maar houdt er vooral van om onderweg te zijn...
John

Vragen? Suggesties? Of jouw reishonger delen?

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Je mag alleen HTML tags en attributen gebruiken:

<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>