De man uit het oerwoud
18 januari 2012 door Dionne
Opgeslagen in Bijzonder, Reisverhalen

Na twee fantastische weken op Bali met familie en vrienden hebben we zin gekregen om het echte reizen weer op te pakken. We kiezen ervoor met de ferry over te varen naar Java, waar we een vulkaan beklimmen om vervolgens door te vliegen naar Borneo. Online vinden we een tour die voldoet aan onze wensen. Een kort bezoek aan Kalimantan, oftewel het Indonesische deel van Borneo. Qua toerisme nog lang niet zo ontwikkeld als Maleisisch Borneo.
Tijdens deze tour zullen we een bijzonder opvangcentrum voor orang-oetans bezoeken: Camp Leakey, waar de (met uitsterven bedreigde) orang-oetans worden begeleid naar een terugkeer in het regenwoud. De enige manier om hier te komen is met een boot, kriskras varend door de ongerepte jungle. Borneo is heel groot (na Groenland en Nieuw Guinea het grootste eiland ter wereld), maar dunbevolkt. Een aanzienlijk deel is bedekt met oerwoud en er zijn nog grote stukken ruige jungle vol met enorme bomen en je vindt er de meest bijzondere plant- en diersoorten ter wereld. Toeristen hebben Kalimantan nog niet echt ontdekt, waardoor veel gebieden nog ruig en ongerept zijn. Toch is er ook veel boskap op Kalimantan, waardoor de leefomgeving van de dieren ernstig bedreigd wordt.
Het Tanjung Puting NP is een groot park met mangrovemoerassen, tropisch regenwoud en er wonen neusapen, herten, makaken, gibbons, ongekend veel vogels, reptielen, insecten en prachtige vlinders. Maar het park geniet voornamelijk internationale bekendheid vanwege de orang-oetan populatie. Bepaalde gedeeltes van het park functioneren ook als opvangcentra voor orang-oetans. Hier wordt met succes getracht gevangen orang-oetans terug te plaatsen in hun natuurlijke omgeving. Het is de intensieve opvang van de orang-oetans die Tanjung Puting internationale faam heeft bezorgd en onze aandacht heeft getrokken na een Google sessie. In gevangenschap groot gebrachte orang-oetans worden hier voorbereid op een nieuw leven in het wild, maar er bevinden zich in het gebied ook nog veel wilde exemplaren. Je kunt hier van heel dichtbij de orang-oetans observeren zonder de dieren en het onderzoek te verstoren. We hebben besloten dat een bezoek aan dit park een must is! Orang-oetans in het wild zien… dat wil toch iedereen?
Een bijzondere ervaring in een prachtig gebied!
Vanaf het vliegveld van Surabaya vliegen we als enige toerist met wat locals (en een hoop hanen) naar Pangkalan Bun Airport. Daar staat de gids ons al op te wachten. Hij spreekt niet al te best Engels, maar hij doet zijn best en we kunnen wel met hem lachen. Met een oude auto worden we naar het havenplaatsje Kumai gebracht, waar een traditionele houten klotok op ons ligt te wachten. Een klotok is een typische “Kalimantan-boot”. Het bootje dankt zijn naam aan het geluid dat de dieselmotor maakt en biedt plaats aan 6 tot 15 mensen. Een leuke eenvoudige boot, waar we twee nachten aan boord zullen verblijven.

Een klotok huren met bemanning kost je voor drie dagen (twee nachten) ongeveer 3,5 miljoen rupiah (net geen 300 euro). Afhankelijk van de boot kunnen er vier tot zes mensen mee, dus als je medereizigers vindt, kun je de prijs delen. Je kan er overigens ook voor kiezen in de eenvoudige, maar iets comfortabelere Rimba Lodge te verblijven. Dat is een leuk hotel aan de rivier midden in de jungle, zo’n 2,5 uur varen vanaf Kumai. De houten huisjes staan op palen en zijn onderling verbonden met houten loopplanken. Overnachten in de Rimba Lodge kost wel wat meer, zo’n 75 euro per persoon per nacht, maar is een goed alternatief als je liever niet op de boot slaapt of een warme douche en een echt bed wilt. Wij slapen liever op de boot omdat we de jungle dan veel meer beleven. Buiten overnachten, midden in de natuur, een van de prachtige ervaringen die we niet willen missen. Ook al is het dan wat primitief.
Vanaf Kumai varen we een paar kilometer over een brede rivier richting zee, maar al gauw nemen we een zijrivier en zijn we in het Tanjung Puting reservaat. Na het verlaten van de hoofdrivier voert de route een eind over de Sungai Sekonyer, een bruine rivier langs palmolieplantages. De oevers staan vol met gigantische nipah palmbomen. Aan de rechterkant ligt het nationale park, maar aan de linkerkant van de rivier wonen mensen en in het achterland is de ontbossing enorm. We zitten heerlijk in het zonnetje op het voordek van de goed onderhouden klotok. We kunnen het meteen goed vinden met onze gids Doddy. Het wordt al snel duidelijk dat Doddy goed op de hoogte is van de flora en fauna in het nationale park. Hij spreekt een paar woordjes Engels, maar met de 16-jarige schipper, zijn 10-jarige assistent en de kokkin met haar kleine zoontje moeten we ons behelpen met gebarentaal en onze zeer gebrekkige Indonesische woordenschat.

We varen een uur of drie, vier en zijn compleet omringd door tropisch regenwoud. ‘s Middags is het erg rustig op de rivier, waardoor alles stil wordt en we het gevoel krijgen dat we alleen op de wereld zijn. Onderweg hebben we de eerste wilde apen al gezien: makaken en neusapen! Ook verschillende soorten vogels laten zich zien, we zien prachtige vlinders, uilen en langoeren, en zelfs krokodillen worden regelmatig gesignaleerd. “Helaas” zien we geen krokodillen.
De nachtdieren worden actief op het moment dat de zonsondergang nadert en dat horen we vanaf de boot. De kok gaat ondertussen aan de slag met de voorbereidingen voor het eten, waarna we een romantisch diner voor twee krijgen voorgeschoteld. We vergeten spontaan dat we niet teveel willen eten. De wc is namelijk te smerig en klein en het wc-papier is zo vochtig geworden dat je het niet kan gebruiken… Na het eten genieten we nog even van de heerlijke rust. We overnachten op de klotok en dat is echt uniek. De klotok bestaat uit een afgesloten dek met ramen en een open dek. Er zijn matrassen en normaal gezien ook klamboes aan boord. Onze gids was de klamboe echter vergeten, maar gelukkig hadden we onze eigen klamboe bij ons. Op het afgesloten dek (het plafond is niet eens hoog genoeg om er te kunnen staan) slapen de schipper, zijn assistent, onze kok met haar kindje en de gids. Voor ons wordt op het open dek een matrasje neergelegd en met de klamboe erboven is dit toch wel een heel bijzondere ervaring. Er is een eenvoudige WC/badhok en je kan je afspoelen met rivierwater. We poetsen onze tanden met een flesje water en om half negen kruipen we moe maar voldaan in ons nieuwe bedje. En daar liggen we dan, midden in de jungle, starend naar de sterren met op de achtergrond de geluiden van uilen, vogels, gekko’s en apen. Op tafel brandt nog een kaarsje, daaromheen duizenden muggen dwarrelend. Wauw, wat een avontuur! Morgen op bezoek bij de orang-oetans. Maar eerst slapen op het dek onder de heldere sterrenhemel.

Eindelijk! Oog in oog met een orang-oetan!
We worden vroeg wakker, midden in de jungle waar de dauw langzaam optrekt. Goed geslapen op het dek. Veel wakker, dat wel, maar dat is het helemaal waard: wakker worden van de geluiden uit het oerwoud. Na een heerlijk ontbijt van wentelteefjes en pannenkoeken met groentes varen we verder stroomopwaarts naar Pondok Tanggui, een rehabilitatie centrum voor wees orang-oetans. Om een uur of acht meert onze boot aan langs een steiger: we zijn in het territorium van een groep orang-oetans!
Via smalle paadjes en omgeven door muskieten bereiken we de voederplaats van de hulpbehoevende “mensen in het bos”. Het langverwachte oog in oog staan met een orang-oetang is dan eindelijk daar! Wat gaaf! Heel bijzonder om zo dicht bij wilde apen te staan in hun natuurlijke leefomgeving! De sensatie is groter dan ik me had voorgesteld.
We zijn er al voordat de ranger om negen uur arriveert met de bananen. Er slingeren al twee jonge orang-oetans nieuwsgierig van boom naar boom. En met wat een gemak. Ik ben er stil van. De ranger is al van verre te horen. Hij roept de orang-oetans met een hoge gil en er wordt direct gereageerd vanuit de donkere bossen. Er komen van alle kanten apen aan en ze dalen brutaal af naar de grond. Daar wachten trossen bananen en liters kokosmelk. Om de beurt duiken ze op het platform en als er een ander aankomt proppen ze hun mond vol bananen en gaan er dan snel vandoor de boom weer in. Hoewel we drijfnat van het zweet zijn, genieten we met volle teugen.

Er zijn hier ongeveer zeventig orang-oetans, maar vandaag komen er (gelukkig) maar een stuk of zes wat te eten halen. Als er voldoende voedsel in het oerwoud te vinden is, zijn hier namelijk alleen de laatst aangekomen dieren te vinden. Tijdens het voederen ben je er vrijwel zeker van dat je de reusachtige apen kan bewonderen. De dieren worden hier voorbereid op een leven in de jungle. Een fantastisch initiatief! Wat me opvalt zijn de gelaatsuitdrukkingen: van blijdschap, maar ook van boosheid. Prachtig! Net mensen. Of wij net apen?

Op naar Camp Leakey
Op de boot wacht ons een aangename verrassing. Terug op de boot krijgen we koude cola, wat kan je hier op zo’n moment van genieten! Na ongeveer twee uur varen nemen we weer een zijrivier, deze gaat richting onze eindbestemming: het grootste opvangcentrum, Camp Leakey. Hier worden orang-oetans die ooit in gevangenschap leefden, geleerd om weer zelfstandig in de natuur te kunnen overleven. Van sommige dieren is de moeder dood geschoten, andere zijn door de houtkap uit hun woonomgeving verdreven. Ook dierentuinen sturen zo nu en dan orang-oetans naar Camp Leakey. In het achterland van Camp Leaky kun je onder leiding van een gids mooie wandelingen maken waarbij je op zoek gaat naar de nog in het wild levende orang-oetans. Het achterland van Camp Leakey bestaat uit ongerept regenwoud. Het is heel bijzonder om te zien dat het bruine water op de kruising overgaat in zwart water. Nog 8 kilometer!

Bij Camp Leakey aangekomen zit er al een moederaap met haar baby op de steiger. Wij krijgen eerst nog lunch: rijst, groentes, gefrituurde garnalen en een heerlijke vis. Tijdens onze lunch op de boot kunnen we al genieten van een prachtig spektakel. Een moeder en haar kind gaan “zwemmen”. De motor van de boot jaagt de krokodillen weg, waardoor ze even heerlijk kunnen afkoelen in het water. Het lijkt alsof ze zwemmen, maar ze blijven op de wortels lopen zodat ze niet kopje onder gaan. Ook zien we een ondeugende jonge orang-oetan, die steeds een van de boten op glipt om eten te stelen, waarna hij zich snel onder de steiger verstopt. Je vergeet gewoon bijna dat je door moet eten. Om kwart voor een mogen we eindelijk aan wal.

Als het bijna tijd is voor het voederen gaan we aan land via een boardwalk. Het is bloedheet nu we het windje van de boot moeten ontberen. De voederplekken liggen een paar kilometer in de broeierig warme jungle. De smalle paadjes worden omgeven door dichtbegroeide struikachtige planten en bomen. Het stikt hier ook van de muggen. In het kleine bezoekerscentrum leren we wat extra feiten. Orang-oetan betekent in het Maleisisch letterlijk “mens van het bos” of “de man uit het oerwoud”. Orang-oetans zijn erg slim en ze zijn nauw verwant aan de mens. Ongeveer 97% van het DNA is hetzelfde als dat van de mens. Ooit bevolkten miljoenen orang-oetans de oerwouden van Azië. Nu kun je alleen nog op Sumatra en Borneo wilde orang-oetans vinden. Indonesië herbergt zo’n 90 procent van de orang-oetanbevolking op wereldschaal. Door ontbossing en andere menselijke activiteiten, zoals het afschieten van orang-oetans en de verkoop van baby’s als huisdier, wordt de orang-oetan met uitsterven bedreigd. Eén keer in de acht jaar wordt er een kleintje geboren. Dat is één van de langste draagtijden van zoogdieren op deze wereld. Het resulteert dus slechts in vier of vijf baby’s in een oerang oetans-leven. De verkleining van hun woongebied door de mensen en hun zeer lage geboortecijfer, maakt dus dat er heel weinig orang-oetans leven buiten Borneo.
Dit kamp heeft een aantal orang-oetans die niet zo wild zijn en zij hangen rond in de buurt van de steiger en de woningen van de onderzoekers. Totaal zijn er ongeveer 250 apen die gebruik maken van het voederplatform. Deze plek is vrij toeristisch, maar even goed een bezoek waard. In de zomer kunnen er wel veertig boten zijn om het voederritueel om 14 uur bij te wonen. Nu in het laagseizoen liggen hier slechts vier boten aangemeerd. Dat is toch wel een stuk specialer.
Halverwege de steiger ligt een dominant vrouwtje. Ik kruip ernaast, hoe mooi is dat? Ze zijn niet klein, maar kleiner dan ik verwacht had. Vrouwtjes hebben een gewicht van net geen veertig kilo, terwijl mannetjes gerust meer dan tachtig kilo kunnen wegen. En ze zijn mooi: een roodbruine vacht, mooie donkere ogen, zwarte vingers en zwarte nagels. Ik ben nog nooit zo dichtbij een aap geweest! Onderweg richting het voederplatform komen we langs de huizen van de onderzoekers en het zit daar vol met mooie grote vlinders, wilde zwijnen, gibbons en allemaal jonge orang-oetans. Verder richting platform gaat het ineens heel hard regenen en we lopen met de paraplu verder. Op het pad komen we Princess tegen, een bekende orang-oetan uit de documentaire “Kusasi from Orphan to King”. Ik buk bij Princess om haar ook onder de paraplu te laten, maar gelijk pakt ze de stok en richt de paraplu boven ons. Wat bijzonder! Een aap die precies weet hoe het werkt…






Op de vaste voederplaats roepen de rangers de apen met een paar harde kreten. Een voor een komen ze uit het oerwoud tevoorschijn. Het voederplatform wordt vandaag door zo’n twintig orang-oetans bezocht die in de naaste omgeving in het oerwoud leven. Het voeren vind ik een beetje aapjes kijken. Te druk en niet echt natuurlijk. Er zitten wel een heleboel apen, hele grote met hangwangen, een paar jonge orang-oetans die een wedstrijd lijken te doen wie de meeste bananen mee de boom in kan nemen, en ook een paar moeders met een kleintje vastgeklampt op hun rug, dus het blijft indrukwekkend… We verlaten de voederplek bijtijds en lopen een stukje in de omgeving over een trail door de jungle. Kleurige paddestoelen, vleesetende planten, oerwoudreuzen en alle planten die je in een oerwoud verwacht. Af en toe een paar orang-oetans… Ik kan er geen genoeg van krijgen en blijf foto’s maken.

In de namiddag varen we langzaamaan terug in de richting van Kumai. Vooral in de ochtend en late namiddag is de kans groot de neusapen te zien. De mannetjesapen zijn heel herkenbaar door hun grote naar voren stekende neus. De neusaap ofwel Proboscis monkey komt alleen voor op Kalimantan. Zijn bijnaam is Monjet Belanda: Nederlandse aap. Men vond dat de kolonisten ook zo’n lange neus en grote buik hadden als deze apen. We hebben een fantastische gids. Bij elke neusaap stopt hij en probeert de boot zo dicht mogelijk bij de apen te brengen. We zijn ook na de zoveelste neusaap nog enthousiast. Wat een neuzen! Het blijft een plezier om naar te kijken. Deze momenten zullen we niet snel vergeten!

Wat een avontuur!
Soms lijken dromen niet mooier te kunnen zijn. Toch werd het vandaag nog beter. Na heel veel wilde en minder wilde orang-oetans te hebben gespot en met een aantal een primitieve vorm van interactie te hebben gehad, zet de boot koers richting de haven. Onderweg nog één nachtje slapen. En hoe!
We leggen aan langs de jungle, te midden van duizenden vuurvliegjes! “Living crhistmas tree” roept Doddy enthousiast. De palmen langs de oever zitten er vol mee! Het lijkt wel kerstverlichting in de palmbomen! Het is een uniek verschijnsel dat vaak plaatsvindt na heftige regenbuien en vooral goed zichtbaar is als er geen maan is en het bewolkt is. We hebben wel geluk!
Nadat ze met twee touwen de boot aan de palmen hebben bevestigd, beginnen ze alle takken en bladeren te kappen. Waarom ze dat doen? “Oh, just because of snakes and big spiders entering the boat”… We horen een paar plonzen: een groep neusapen besluit een kijkje te komen nemen bij onze boot. Ik hoor alleen nog maar “wauw” van Martijn, “uhuh” van de dominante aap die in de palm is geklommen waar wij aan vastliggen en “extreme” en “typical” van onze bemanning. Welterusten vannacht!


Reacties
2 reacties op “De man uit het oerwoud”Sites die naar dit artikel linken
Jouw mening of jouw reiservaring telt![...] of gewoon vergeten op te laden. En daar sta je dan, oog in oog met die indrukwekkende orang oetan, die prachtige ondergaande zon op het tropische eiland of die spectaculaire waterval, zonder het te [...]
[...] zijn net terug van een fantastische driedaagse trip op een bootje door Tanjung Puting NP, een groot park, opgericht ter bescherming van de orang oetans. We vlogen als enige toerist met wat [...]