Een van mijn meest memorabele reiservaringen heb ik opgedaan in het Braziliaanse Fortaleza. Ik heb daar vijf dagen lang opgetrokken met een inwoner van de stad. Heel erg interessant om een stad op die manier te leren kennen. En leuk bovendien. We spraken alleen niet dezelfde taal, en dat zorgde nog wel eens voor wat misverstanden…

Het was zo’n middag in december. We zaten aan een plastic tafel onder een parasol met onze blote voeten in het zand. Die van mij vuurrood van de brandende zon, die van hem gewoon normaal. Hij vroeg me wat ik van cabaret vond. “Ja, dat vind ik wel leuk,” zei ik in mijn beste Portugees, terwijl ik me afvroeg waarom hij nu juist zo’n vraag stelde. Hij bleef er nog even over doorgaan, maar ik snapte al ruim de helft niet meer. Toch bleef ik knikken en lachen en aan zijn gezichtsuitdrukking kon ik vaak wel zien of dat een gepast antwoord was. Soms was het dat niet en dan herstelde ik me snel door een onnozele houding aan te nemen en hem te vragen wat hij bedoelde. Steeds weer in dat gebrekkige Portugees van me.

We zaten op een strandje in het noordoosten van Brazilië te lunchen – iets met vis. In de zeventiende eeuw werd door de Nederlandse West-Indische Compagnie dicht bij deze plek Fort Schoonenborch opgericht, maar niet veel later viel het gebied in handen van de Portugezen. Fort Schoonenborch werd Fortaleza en langzaam maar zeker groeide het uit tot een welvarende stad. Tegenwoordig is Fortaleza door zijn bruisende nachtleven en kilometerslange stranden een toeristische trekpleister. Het is de stad waar je regelmatig oude Europese mannetjes met minderjarige Braziliaanse meisjes aan de arm voorbij ziet komen; het is de stad van het sekstoerisme. Daar wilde ik zo min mogelijk mee te maken hebben. Met het toerisme in zijn algemeenheid eigenlijk. Ik wilde Fortaleza meemaken zoals de locals het beleven en zo kwam ik in contact met João*.

Standbeeld op het strand van Iracema

Standbeeld op het strand van Iracema

Braziliaanse gastvrijheid

Ik kende João niet en hij mij ook niet. Een dag voor mijn aankomst wisten we zelfs nog niet van elkaars bestaan. Dat bleek voor hem echter geen reden mij niet te ontvangen. Via gemeenschappelijke vrienden was ik met João in contact gekomen en zonder ook maar iets over mezelf te hoeven vertellen, bood hij me een slaapplek aan. Hij sprak geen Engels en mijn Portugees was niet goed genoeg om een correcte zin te formuleren, laat staan een gesprek te voeren. Ook dat vond hij geen probleem en dus stond ik de volgende dag bij hem op de stoep, in een buitenwijk van Fortaleza.

Het begin verliep moeizaam, maar ik zag dat hij kon waarderen dat ik zijn taal probeerde te spreken. Veel gebarentaal en woordenboeken moesten er aan te pas komen, maar na een tijdje begonnen we elkaar beter te begrijpen. Hij liet me de stad zien en vertelde in simpele bewoording over de geschiedenis en cultuur van Fortaleza. ’s Avonds gingen we uit en stelde hij me voor aan zijn vrienden, van wie de meesten ook geen woord Engels spraken. Na een paar drankjes leek dat al veel minder uit te maken dan op een nuchtere middag en João begon zelfs een beetje Engels te spreken. Het was niet veel, maar ik was onder de indruk. Ook mijn Portugees werd stukken beter naarmate de avond vorderde. Althans, zo herinner ik het me.

Moeizame communicatie

João studeerde en moest doordeweeks gewoon naar de universiteit om colleges bij te wonen. Hij liet me dan alleen in zijn huis achter en vertrouwde mij daar kennelijk genoeg voor. Ik had bij hem thuis echter niets te doen en ging meestal naar buiten om in mijn eentje een beetje door de stad te lopen of naar het strand te gaan. Na een paar uur belde João mij dan op en vertelde me dat hij weer thuis was. Of dat nam ik dan maar aan, want eerlijk gezegd had ik het grootste deel van de tijd geen flauw idee van wat die jongen nu eigenlijk allemaal aan het vertellen was.

Ook tijdens de lunch op het strand wist ik niet zo goed wat João precies van me wilde. Ja, hij wilde weten wat ik van cabaret vond – zoveel was duidelijk – maar daar had ik hem al een antwoord op gegeven: “Leuk!” Toch bleef hij doorvragen. Na veel gebarentaal en een paar slokken bier begreep ik dat we die avond naar een Braziliaans cabaret zouden gaan kijken. Ik wist dat ik de grappen natuurlijk nooit zou gaan snappen, maar het was in een kroeg en er zou bier zijn. Bovendien gingen de vrienden van João ook mee. Het kon een gezellige avond worden. Misschien is het cabaret wel weinig verbaal, dacht ik nog bij mezelf, en kan ik er zelfs nog een beetje om lachen. We zouden het wel zien.

Braziliaans cabaret in Fortaleza

Fortaleza by night

Avondje stappen in Fortaleza

Die avond reden we naar een plek dicht bij het strand, waar een aantal kroegen en restaurantjes te vinden waren. Geen toeristen hier, die zaten allemaal een paar kilometer verderop. We liepen een van de kroegen binnen en direct zag ik in wat voor tent we waren beland. Ik keek ongemakkelijk richting João en hij glimlachte terug. Ik vroeg hem wat we hier kwamen doen en toen keek hij me ineens verbaasd aan. Hij keek nog even om zich heen en gebaarde groots met zijn armen, alsof hij me wilde laten zien wat er allemaal voor moois om ons heen gebeurde. Vervolgens zei hij lachend, terwijl hij me hard op de schouder klopte: “Cabaret!”

Ik keek nog eens goed om me heen, zoekend naar een podium met een grappenmaker achter een microfoon, maar kon iets dergelijks niet ontdekken. Ja, er was wel een podium, maar daar stond een naakte mevrouw te paaldansen. De bediening bestond uit schaars geklede dames die het niet nalieten erg dichtbij te komen en aan je te zitten. Achter een tafeltje zat een oude vrouw sleutels uit te delen aan mannen met halfnaakte, giechelende grietjes aan hun zijde, om ze vervolgens naar een van de kamertjes erachter te verwijzen.

Aha… dus dát is Braziliaans cabaret!

Geen twijfel over mogelijk: we bevonden ons in een stripclub die tegelijkertijd dienst deed als bordeel. Ik stond nog steeds wat ongemakkelijk om me heen te kijken en probeerde te bedenken hoe ik hier zo snel mogelijk vandaan kon komen. Nogmaals hoorde ik João het woord ‘cabaret’ zeggen en hij keek me aan alsof hij wilde zeggen: “Doe niet zo achterlijk! Hier hebben we het vanmiddag nog over gehad. Je vindt cabaret toch zo leuk? Kijk om je heen en geniet!” Op dat moment ben ik er dus achter gekomen dat cabaret in Brazilië niet hetzelfde is als in Nederland. Dan denk je eindelijk eens een woord te herkennen, betekent het iets heel anders dan je verwacht. Het blijft toch lastig, zo’n taalbarrière.

 

*João is niet zijn echte naam. Ik wil zijn privacy graag waarborgen. Bovendien is João gewoon een coole naam, veel cooler dan zijn echte naam.

Deel je reishonger:

Jelle

owns a blog about travelling with a baby at Travels with Bowser
Wat ik graag doe: schrijven, lezen, fotograferen, fietsen en genieten van goede wijn en Belgische bieren (niet per se in die volgorde). En al deze dingen het liefst op reis met mijn gezin.

Latest posts by Jelle (see all)

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

You may use these HTML tags and attributes:

<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>